De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie
Home » Eigen werk » Verhalen » Aardbewoners
image_531802111236228964439.jpg

O wij arme aardbewoners

 

 

Wat hebben we onszelf toch aangedaan?!

Onszelf vastgezet in de gevangenissen van ons leven.

Het leven van rechtomlijnde huizen en strak vormgegeven wegen.

Zo binnen, zo buiten.

 

Totaal verkrampt in ons eigen huis, dat we lichaam noemen, rechtlijnig denkend tot we in kronkels uiteen vallen. Of wanhopig zoekend naar dat wat onze ziel zo blij maakt, uitgedrukt in koopziek gedrag om ons te bevredigen.

Niet bewust van wat onze ware aard is. Aard.. Aarde.

 

We spiegelen ons in de ander, zonder naar binnen te kijken.

We zien ons uiterlijk, niet ons innerlijk.

Gericht op die uiterlijke waarden, zoals kleding, zien we niet meer hoe zuiver en mooi wij al zijn, zijn we bang beoordeeld te worden op dat uiterlijk.

Kopen wij huizen zo groot als maar kan, groter dan de buren, dan familie, dan zgn vrienden. Waar halen wij anders onze eigenwaarde vandaan?

Ja, uit de auto die ons van A naar B brengt, ook op die plekken waar we helemaal niet hoeven te zijn. En als die plekken verder weg liggen, dan zijn er vliegende bussen, airbussen genoemd. En door die plekken te bezoeken laten we aan de thuisblijvers zien hoe geweldig we het in het leven geschopt hebben.

En doen net of we de leegheid niet merken als we weer thuiskomen.

 

En zij die niet mee kunnen komen voelen zich nog minderwaardiger, want zij denken mislukt te zijn. Vaak zijn zij degenen die het dichtst bij zichzelf staan, totdat het mislukt zijn gevoel zich in hun wurggreep neemt, waarna steevast naar een verslaving wordt gepakt om het leven vast te houden in een andere vorm, een zwevende vorm, die van de roes en het niets met de wereld te maken willen hebbende gevoel.

Anders dan die van de koopverslaafden, maar eigenlijk hetzelfde, die koopverslaafden met veel geld en status en macht en vaak ook een nietszeggende veelheid aan kennis verwoesten de wereld in natuurlijke zin, door de aarde te verontreinigen op welke manier ze ook maar kunnen.

De verslaafden aan middelen zoals medicijnen, drugs en alcohol om maar wat te noemen, verwoesten slechts zichzelf en daarmee vele anderen op hun pad. Soms zijn we beiden.

Schuldgevoelens, verdriet, pijn en angst hebben de overhand, vaak zonder dat men het weet en weet men het wel, dan weet men niet hoe er uit te komen.

En komt men er niet uit dan is ziekte vaak ons deel.

Wij, arme aardbewoners.

 

 

O wij malle aardbewoners

 

We zoeken ons vertier zo buiten ons.

Hoe gekker hoe beter.

Wat is er heerlijker dan een kick te krijgen van een avontuur in de achtbaan, van welk pretpark dan ook?

Waardoor ons eigen leven nog meer achtbaan wordt?

Wilder, gekker, sneller, lawaaieriger.

Het hoort er allemaal bij.

 

Wij mensen zijn goed in verzinnen, of heet dat creatief zijn?

We bedenken maar en hop het wordt al uitgevonden.

De nieuwste gadgets, gadgets voor groot en klein, van groot en klein.

Het nieuwste van het nieuwste bevredigd ons weer voor even, totdat er weer iets nieuws is. Onze ruimtes worden te klein, onze afvalhoop te groot, maar bewaren zullen we, om ons een veiligheid te geven die we nooit hebben gekend. Een groter huis dus maar, ook al moeten we dan nog harder werken, voelen we nog meer stress, want we mogen niet zijn wie we willen zijn, we doen mee, anders zijn we immers niets.

 

Werk je niet hard, dan ben je immers lui.

Heb je geen geld, dan doe je niet meer mee.

Loop je niet in de modepas, dan ben je lelijk.

Heb je je haren niet geverfd, ben je saai.

Hou je niet van de uitbundigheid van drank en zwieren en zwaaien, dan ben je ongezellig.

 

Wat zijn we toch veel, wie is nog zichzelf.

 

Bovendien is het beter om mee te doen, want anders verlies je vrienden.

Het is toch veel prettiger dat jij jij bent om wat je doet en hoe je er uit ziet, dan dat je voor jezelf kiest en daarmee buiten de boot valt?

Een eenzaam bootje is het meestal, zonder kleur, zonder dat volle leven van druk zijn, bezig zijn, met de buitenkant één zijn.

 

Totdat je ontdekt …

Dat je een malle aardbewoner bent.

 

 

O wij langzaam wakker wordende aardbewoners

 

En dan komt ineens de tijd dat we wakker worden met een gevoel van totale leegheid, het besef dat we het anders willen.

Wat dat anders is, maakt dat onze zoektocht anders wordt.

De één gooit zich in de filosofie, de ander in de esoterie, de één zit alsmaar in z’n hoofd en de ander gaat naar z’n gevoel. Verwarrende tijden, waarbij we inzien dat het leven tot nu toe een hel was op de mooie momenten na, die bijzonder weinig waren.

We geven anderen de schuld van ons lijden en dat is fijn, totdat we beseffen dat ook dat ons lege gevoel niet laat verdwijnen.

Sommigen blijven hangen in wrok en haat, verdriet en pijn, anderen gaan op pad en zoeken het uit, gaan vergeven, zichzelf en de ander.

Sommigen vinden uit dat ze zichzelf niet liefhebben en doen van alles om dat toch voor elkaar te krijgen. En met dat beginnende vonkje gaan we zien dat er best nog wat moois is op deze aarde. Zomaar een druppel op een blad, een mooie bloem, een insect die ons alle kleuren laat zien gespiegeld op de vleugels en ineens kunnen we zelf ook spiegelen en zien we onze eigen kleuren weer zwak verschijnen in de zon.

Het proces is begonnen.. het wakker worden, het bewust worden.

 

En ineens gaan poorten open, sluiers verdwijnen, de waarheid komt stukje bij beetje aan het licht.

Enorme nieuwe ervaringen, weer allerlei angsten die gaan tot de kern van ons bestaan zullen verwerkt en opgelost moeten worden.

En de vragen hoe en waarom maken ons bijna gek. Soms zo gek dat je liever terug wil in die slaap, in die tijden van drukte en alles om je heen belangrijker vinden dan dat wat zich in jezelf afspeelt, want dat is eng, doodeng.

 

Soms zijn er handen die ons toegestoken worden, soms verliezen we onszelf in een beerput waar je denkt niet meer uit te komen.

Een weg terug is er niet.. al doende, al denkende, al ervarende merk je dat en dat leidt weer tot ongelooflijke processen, waarbij we denken ergens aan begonnen te zijn wat veel te eng is om door te zetten. Bij elke stap terug in het systeem die we pogen te doen om er weer bij te horen, voelen we ons weer van onszelf afglijden. Bij elke stap vooruit voelen we dat soms ook.

We zijn de weg kwijt, iedereen is de weg kwijt en we beseffen ons dat we die al heel lang kwijt waren, maar vindt die weg maar eens weer. Moeten we linksaf, rechtsaf of rechtdoor? Is dit goed of dat goed? Tot we leren dat het niet uitmaakt welke weg we nemen, alles is een weg en zolang we op weg zijn, gaan we vooruit.

We verliezen nog meer dan we ooit hadden kunnen denken. Soms familie, soms vrienden, materieel bezit wat waarde had bezien we met andere ogen en we kunnen meer laten gaan.

Stukje bij beetje, stap voor stap.

 

We beseffen dat we niet afhankelijk zijn van goederen, het maakt ons alleen maar slaaf van die goederen en dat is niet meer wat we willen, we hebben geroken aan vrijheid en daar gaan we voor.

 

Maar wat is dan die vrijheid?

Ben je vrij als je zo’n beetje doet wat je wilt?

Dat je vooral leuke dingen doet?

Loop je dan niet weer in dezelfde valstrik die je eerst ook al had, alleen dan met een andere naam ervoor?

Is het vrijheid als je anderen nog steeds aan het ver-oordelen bent?

Is het vrijheid dat je nog steeds moet luisteren naar wat anderen je vertellen?

Is het vrijheid dat je nog steeds je leven laat bepalen door wat de wet verteld?

Of is het pas vrijheid als je je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen leven?

Maar wat is dan verantwoordelijkheid voor je eigen leven?

Ga je dan vertellen wat anderen moeten doen voor jou?

Je kinderen bijvoorbeeld?

Mensen die het zogenaamd slechter hebben dan wij?

Mensen die in de zogenaamde ontwikkelingslanden wonen?

Mensen die ouder zijn en die we bejaard vinden?

Mensen die uit een ander land komen en die wij wel eens zullen leren hoe het moet?

Mensen die niet helemaal zijn zoals we denken dat de mens moet zijn, met lichamelijke of geestelijke beperkingen?

Hoe moet dat dan?

Hebben wij de wijsheid soms in pacht?

Alleen wij?

Niet de kinderen, niet de stammen, niet de ouderen, niet de buitenlanders, niet de mensen met beperkingen in hun doen en laten?

Dan komen we erachter dat iedereen zijn eigen-wijsheid heeft en dat maakt dat we nog meer verward worden.

 

Het denken beheerst ons.

Het voelen is ver van ons vandaan.

 

We beseffen dat we terug naar het voelen mogen.

Voor onze eigen bestwil.

Maar hoe?

De één zoekt het in een geloofsovertuiging die geloof heet, de ander gelooft in iets anders.

Massaal gaan we verder op zoek.

Op zoek naar liefde.

Dat beginnen we ons te beseffen als we voorbeelden tegen komen uit de geschiedenis, genaamd jezus, boedha, krishnamurti of gandhi of een voorbeeld zomaar op straat door de glimlach van een kind, een lieve oudere vrouw die je bemoedigend toespreekt, of een arm van een vriend of vriendin die het ook niet weet, maar wel voelt dat er iets is.

En de liefde groeit en groeit en groeit.

Voor jezelf.

En daarmee voor anderen.

 

We beginnen te zien dat elk mens de moeite waard is, wat hij/zij ook doet of denkt, wat hij/zij aanheeft of wat voor werk deze persoon doet.

We kunnen doorheen de stoffelijke materialistische mens kijken en zien met lede ogen hoe zij hun leven leven in lijden en last.

Met een schok beseffen we hoe we dan ons eigen leven leven.. ook in lijden en last en we zijn eindelijk bereid dat juk af te gooien.

 

En dan voelen we dat we verbinding krijgen.

Verbinding met onszelf.

En ineens voelen we dat we verbinding krijgen met anderen, jong of oud.

Met de natuur.

Met de dieren.

Met de Aarde.

Met de maan en de sterren.

Met het Universum, God, de Bron.

 

We geloven het eerst niet, twijfel rijst alom.

Ook al hebben we in ons leven wel eens dergelijke verbindingen meegemaakt, we geloven het niet, want we denken. En denken haalt je af van je gevoel.

Dan komen er tijden dat je denkt en dan komen er tijden dat je voelt.

We raken onze balans volledig kwijt.

Tot we durven aanvaarden.

Aanvaarden dat die verbinding met jezelf leidt tot verbinding met het Al.

En weer is het eng.

Sommigen van ons gaan er helemaal in op en vergeten dat we op Aarde zijn, de balans volledig kwijt.

Meestal hervinden we ons, bij de één duurt dat lang, bij de ander kort.

Totdat het balletje van balans in het midden blijft liggen.

Dat we voelen dat we in het midden zijn van Hemel en Aarde.

En weer gaan er poorten open en sluiers verdwijnen.

Een volgende stap.

We worden moe, moe van alles wat al is geweest.

En we waren al moe.

Uit de oude programmeringen stappen, uit het lijden naar het nieuwe, het nieuwe onbekende.

Overgangsperiodes met vele ongemakken en er is geen weg terug.

Overgangsperiodes met nog meer verlies tot het ons niets meer kan schelen.

Het kan niets meer schelen omdat het niet meer belangrijk is.

Het eigenlijke loslaten, de volledige overgave.

En met die overgave is er ruimte, heel veel ruimte.. soms bijna weer een leegte.

Alles wordt nieuw, je zicht, je gehoor, je tastzin, je reuk, je innerlijk voelen, je uiterlijk voelen.

Sommigen hadden dit al en bleven er in hangen.

Sommigen ontwikkelen sterke verbindingen met alles wat we niet kunnen zien, maar wel met onze zintuigen kunnen opvangen.

Onze antennes beginnen te werken, of werken nog beter dan ze al deden en we beginnen te vertrouwen hierop.

En het vertrouwen groeit, net als de liefde, net als onze verantwoordelijkheid voor ons eigen leven.

 

En het leven wordt ineens mooier en mooier.

En we zien steeds meer het lijden van de mensen om ons heen, gevangen in hun eigen rechtlijnige denken en we voelen verdriet om deze mensen.

We willen ze helpen, een hand toesteken. Soms helpt dat wel, soms helemaal niet.

Weer accepteren.

Ze proberen te begrijpen, zoals we onszelf begrepen hebben of bezig zijn onszelf te begrijpen.

 

We zien het allemaal.

 

Dan beseffen we ons dat je een ander niet werkelijk kunt helpen, dat we alleen die toegestoken hand kunnen zijn. Dat ieder zichzelf moet helpen.

Dat maakt weer verdrietig.

Totdat we beseffen dat we er wel kunnen zijn voor de ander als die ander onze hand wel wil, zonder afhankelijk te willen zijn, zonder de verantwoordelijkheid in onze handen te willen leggen voor zijn/haar leven.

 

En de liefde groeit, onze verantwoordelijkheid groeit, ons vertrouwen groeit, onze zintuigen groeien.

 

Daarna begint het besef dat we meer kunnen doen.

 

Dat we onze Aarde net zo moeten gaan respecteren als onszelf, als onze medemens, als de dieren, als de natuur, als alles om ons heen, want wij zijn één.

Het besef is vreemd in het begin, maar langzaamaan wennen we ook hieraan, ook al vallen we nog wel eens terug in onze oude valkuilen, we zien ze snel en we herstellen ze snel, steeds sneller.

 

We maken gebruik van onze gedachten op een andere manier, we gebruiken onze gevoelens op een andere manier, we worden echte aardbewoners in dop.

 

 

O, wij lieve prachtige aardbewoners

 

Ontdaan van de mist, de sluiers, met volledig zicht en inzicht zijn wij opnieuw geboren.

Nieuwe mensen in hun kinderschoenen die onwennig voelen en waar je soms over struikelt.

Nieuwe mensen met nieuwe wensen.

Nieuwe mensen met een nieuw hart, een open hart dat vol van liefde is.

Nieuwe wensen die puur zijn, niet egostrelend of naar macht riekend.

 

En dan gebeurd er wat.

We willen alleen nog die puurheid.

De stille puurheid voelen, ruiken, proeven, opnemen in heel ons wezen.

Werkelijk één zijn met alles.

Niet alleen weten dat we één zijn, maar helemaal opgaan in dat één zijn.

En weer laten we dan van alles gaan.

Soms nog meer mensen, ook al hoeft dat niet meer zo te zijn, want waarschijnlijk hebben we alle mensen in ons hart toegelaten en iedereen blijft welkom, ook al ligt die keus soms bij de ander.

Geld en goederen, macht en onmacht.. het doet er niet meer toe.

Het enige wat we nog kunnen en willen is de puurheid van het leven.

En die weg daar naar toe.. dat wordt de mooiste van ons leven, omdat we beseffen dat de ware weg is, leven zoals leven is bedoeld.

In liefde en vrijheid, in vertrouwen en vol verantwoordelijkheid, in samenzijn en delen, in onszelf zijn.

En als de dood ons lichaam komt halen, kunnen we ons overgeven, opdat onze ziel heeft gedaan wat het wilde doen.

 

Lang leve onze ziel.

Lang leve o wij lieve prachtige aardbewoners.

 

 

 

Petra Meijer 2007