De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie
Home » Eigen werk » Verhalen » Vrouw van de Zon

Vrouw van de Zon

 

Ze klopte de sneeuw van haar ZonneJas, voordat het begon te smelten en haar met de koude zou besmetten. Dat had ze wel eens toegestaan, maar al snel geleerd dat dat niet de manier was haar kostbare ZonneJas goed te houden en blijvend te gebruiken. Ze glimlachte haar ZonneWezen als ze er aan dacht wat ze deed als het regende. Ze liet de druppels dansen vlak boven de fijne stof van haar ZonneJas, zodat ze snel oplosten in waterdamp en ver-vluchten in de atmosfeer. De wind had al helemaal geen vat, daar hoefde ze niet beducht voor te zijn. Alleen sneeuw en regen konden haar ZonneJas aantasten als ze het toeliet. En dat liet ze niet meer gebeuren.

 

Sneeuw had ze natuurlijk ook kunnen laten verdampen, maar het was zo'n mooi geZicht al dat Witte glinsterende Licht. Het had in feite ook veel ZonneKracht als je het liet liggen. Nooit, maar dan ook nooit liet ze zich in met iets dat strooizout heette. Dat was bocht dat fnuikend voor de Aarde was en al haar Leven, dus dat kon ze gewoonweg niet gebruiken. Nee, liever met haar ZonneLaarzen aan knerpend over het Witte Licht haar Pad vervolgen. Ze wist namelijk ook zo goed dat de sneeuw nog zoveel had te Zuiveren en daarom liet ze het haar gang ook gaan.

 

Gepaard met ijzige koude deed het de mens en de Natuur zo goed. Frisse luchten, blauwe hemelse dagen vol Zonlicht op de sneeuw Witte bodem. Een belofte van het ZonneZijn haarzelf.

 

Ze stampte haar laarzen af bij de achterdeur van het portaal naar haar ZonneRijk. Een klein Lichtend huisje in de woestenij tussen Hemel en Aarde. Niks bijzonders zo op het Oog, maar wie beter keek, zag de Ruimte van het Hart weerspiegeld als de Zon in Heel het Zijn van het huisje, zoals Zij was.

 

Ze ontdeed zich van haar ZonneJas en was zich zelve ook zonder ZonneJas. Neuriënd maakte ze zich een kop thee van de gedroogde kruidenbladeren uit haar ZonneToverTuin. Altijd goed om in andere tijden nog ZonneLicht te drinken, al was het maar een aftreksel van de verse Zon. Iets was altijd ook beter dan niets.

 

Ze voelde dat haar wangen nog blozender waren dan een ZonneStraal na deze ochtendwandeling over de achterliggende gebieden van het ZonneDal. Haar ogen, wist ze, waren helderder dan een vers groen beukenblad en keken dwars door de Aarde Taal van iedere Ziel die ze wel of niet tegen kwam.

Haar lach was nu ook weer door het neuriën heen altijd aanwezig, hetzij rustig de flarden van de Adem sprak.

 

Ze liep met haar warme thee naar het venster van het glas, dat haar deed blikken op de ZonneToverTuin. Met een laag sneeuw overdekt voelde ze het Leven zich roeren onder het Witte Tapijt van Zuiverheid. Daar beneden maakten ze zich al lang klaar voor het Nieuwe Leven. Er was daar beneden geen dood. Altijd Werkzaam Leven in de Grond. Ontelbare draden van Verbinding naar het Licht van de Wortels van Beweging in Leven. Rustig bouwend aan Groene VerLangens van uitkomende Knoppen van Overvloed.

 

Ze voelde het aan haar tenen kriebelen, de Weldaad van de Levende Grond. Ze begon ook al weer haar plannen uit te broeden voor de voorjaarsgrond zich weer liet zien. Ze deed op zich niet zoveel meer, want ze wist dat de Natuurlijke gang van zaken zich WonderWel altijd wel weer vanZelf voor deed, maar hier en daar hielp ze nog een handje omdat het niet altijd zo was geweest.

 

De Ruimte tussen haar ZonneRijk Binnen en de ZonneToverTuin buiten werd steeds kleiner en ze brugde waar ze kon om de Balans te verkrijgen die haar weer een Tijd mee deed gaan. Geen ZonneWende deed haar AanDacht beven voor het Leven dat zich verder bewoog om te Groeien en te Bloeien waar dat nodig was, ook als het leek alsof het niet nodig was.

 

Iedere stap terug, was weer twee stappen vooruit wist ze inmiddels en soms nog wel meer. De Natuur was onmetelijk intelligent, daar wilde zij zich niet eens aan meten, zo slim was ze dan weer wel.

 

Zij hoefde alleen de Kracht van de Liefde te behouden en uit te stralen, dat was haar Zon. Dan ging de rest zo makkelijk, ze hoefde er niet eens meer over na te denken, want dat te weten maakt zoveel overbodig.

 

Het was tevens de Simpelheid van het Leven die ze steeds verder voor zich uit zag lopen. Mijlenver, maar ze wist ook dat alles stap voor stap moest gaan. De Natuurlijke Wet van VoorUitgang naar Andere Tijden. Naar tijden van onbeperktheid, grensoverschrijdende Wetten van ZonneLicht. Ze verheugde zich, Altijd weer. Altijd op die langzame stappen en soms, dan was ze als een kind, dan wilde ze met wijd open armen rennen in die Zee van alleen maar Licht. Niet die van haar Zelf, maar die van TijdLoos Zijn. Terwijl die Tijd Nu ook al ervaren kon worden. Vooral als ze AlEén was, voelde ze dat zo en kon ze Over Al Zijn waar ze wilde Zijn. Ze kon zomaar verdwijnen in alle Tijden en Lagen van de Waarachtigheid en ver daar buiten. Een heerlijke beVrijding als ze even meer Licht nodig had dan ze al was. Bovendien kon ze haar leringen vanuit de vele andere ZonneRijken ook niet missen, want een mens had veel te ontdekken en het was fijn om zoveel anderen tegemoet te komen in hun beLevenis.

 

Waarom ze dan nog in het Zonnedal verbleef was haar soms ook wel een beetje een raadsel, want ze zou zomaar kunnen ontsnappen aan de wachtrij van het gedrang en de verplettering die er ook was. Maar ze was nou eenmaal de Vrouw van de Zon en dat liet haar blijven. Een Vrouw van de Zon kan niet weggaan als ze dwaallichtjes moet achter laten. Dan zou ze zelf een verschijning van de Geest zijn als dat zo was. En dat was ze niet. Ze kon nog steeds in haar arm knijpen en voelen hoe dat was. WelLicht zachtjes, dat dan weer wel, dan wist ze weer genoeg.

 

De Vrouw van de Zon hield op met neuriën en werkte gewoon weer voort met het ZonLicht in haar ogen, van waar uit het Hart weer verder sprak zonder woorden.

 

 

 

ByNature@Petra 27-12-2014