De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie

* De Weg Weg*

 

Natuurlijk liep ik weer te dromen onderweg van school naar huis. Over mooie Reizen en Andere Werelden. Want zeg nou zelf, als kind moet je toch zeker Dromen van iets, in ieder geval iets anders dan school? De hele dag maar zitten, duf in een lokaal, een juf of een meester die de hele dag maar praat en praat. De suffe boeken, het rekenwerk, en maar lezen en maar lezen. En ondertussen gaat Buiten alles aan je voorbij. De Geuren en de Kleuren, de Diertjes en de Bloemen en af en toe een Bij.

 

 

De boeken zeggen van alles, maar dat is allemaal niet echt. Het Echte Leven is Buiten.

 

 

En ja, hoe ik dat allemaal weet? Nou, ik heb natuurlijk al lang meer Levens gehad hier op Aarde en dat is me tot nu toe helemaal niet bevallen, dus daarom weet ik dat. Ik ben dan nog maar een klein kind in grote mensenogen, maar ik weet veel meer dan zij.

 

 

Ik wil spelen, mooie steentjes vinden, ze aan alle kanten bekijken om de Kleurtjes en de Glinsteringen. Ik wil de Bloemen ruiken die in de Zomer bloeien, zo van met je neus erin. En zien hoe al die Bloemen Allemaal zo Anders Zijn, soms zo Groot en soms zo Klein.

 

 

En de lekkere Geuren opsnuiven van het Herfstig Bos. En o ja, door de bladeren schoppen is ook zo leuk. Ze zien dwarrelen vanaf de Boom. En dan de Winter met meters sneeuw. Heerlijk grote bouwsels maken, de sneeuwvlokken op je tong laten smelten, of aan een sneeuwbal likken.

 

En als dan de Lente weer komt, wauw, dat ruik je aan de Lucht. Dan worden de Kleuren van de Wolken ook weer anders. En zo ineens komt alles weer tot bloei. Dan kun je weer op je buik liggen en grassprietjes kijken, met miertjes erop of andere kriebelbeestjes die klimmen en klauteren in hun eigen grasbos.

 

Ja, ik weet dat wel, het is zo leuk en ik heb het zo vaak gezien en dan kan ik Springen en Dansen van plezier. En dan wil ik wel iemand bij de Hand pakken om mee te kijken, maar niemand wil dat, want iedereen is zo druk met dit en dat. En als ik dan toch een Hand vastpak, dan worden ze alleen maar bozer dan ze al keken, dat is weer niet leuk voor mij, dus ga ik weer alleen liggen in het gras. En braaf naar school, omdat het moet.. van van.. van iedereen.

 

 

Vandaag was weer zo’n dag op school, ik zat maar te Dromen en te Dromen en ineens ben ik opgestaan. Ik zei nog tegen de juf dat ik even moest gaan plassen en dat mocht. Dat heb ik ook gedaan en heb daarna mijn mooie Kleurige Vlinderjas gepakt en ben weggegaan.

 

Dag juf, dag school, dag iedereen zei ik in m’n hoofd en begon te huppelen op het Pad dat ik koos. Natuurlijk huppelde ik gewoon het Pad naar Huis, wat anders?

 

Ik liep te huppelen om de kleine Vrijheid van het weggaan van school, tot aan de Wei. De Wei van Paard. Iedere dag kom ik er langs en zeg 'Hoi Paard' en altijd komt Paard naar me toe. Even babbelen en dan weer door. Naar school of naar huis.

 

Nu stopte ik ook en ik zei tegen Paard: 'Dit is de laatste keer dat je me ziet en ik jou, want ik ga de Wijde Wereld in'. Zomaar ineens zei ik dat. Het kwam gewoon uit m’n mond. Paard hinnikte wat en ik aaide het over zijn zachte Hoofd. En toen zag ik een traan vallen. Ik volgde het met mijn vingers over de haren naar beneden. Een klein riviertje leek het wel.

 

Zacht mompelde ik tegen Paard: 'Jij staat hier ook maar te staan he? Ik wou dat ik je mee kon nemen, maar dat kan zeker niet. Ze zouden je missen'.

 

En toen begon Paard te spreken. Ik wist niet wat ik hoorde, en daarna direct, ja waarom niet? Ik had toch altijd al het gevoel dat Paard mij wel begreep en nu begon het terug te praten.

 

Hij zei: 'Ik wil heel graag met je mee. Ik heb het hier ook wel gezien Meisje met je Vlinderjas. Ik sta hier maar en krijg mijn natje en mijn droogje, wordt af en toe geaaid, maar er is verder niet zo veel aan. Zo af en toe kan ik een rondje draven, maar mijn Vleugels kunnen niet uit en dat is niet fijn voor een Paard zoals ik'.

 

'Wat zeg je me nou Paard? Hoezo je Vleugels? Een pratend Paard, nou dat is ok, dat vind ik helemaal leuk en misschien ook wel heel normaal, maar Vleugels? Ik moet even met mijn Ogen knipperen hoor. En dat deed ik dus'. Paard stond me rustig te bekijken, de tranen droogden op. Hij zei: 'Wat wil je nou? Gaan of niet?'. En ja natuurlijk kies ik voor gaan en ik knik. Heel stil voel ik mij en ik vraag me af of ik nou echt droom of dat dit echt gebeurt. Dan krijg ik een lik met die hele stroeve tong van Paard en hij zegt: 'Maak je dan wel even het Hek open, want zo kom ik hier niet vandaan'. Het zware Hek heeft allerlei moeilijke dingen waardoor het bijna niet lukt. Dan ineens schiet het los en Paard buigt naar mij: 'Goedzo Kind! We zullen samen goede Reizigers zijn. Klim via het Hek maar op mijn rug en voel maar even of het zo lekker zit. Hou je vooral ook goed vast, want als we gaan Vliegen wil ik zeker weten dat je er nog bent'.

 

Ik klim via het Hek op de rug van Paard en kijk nog even om me heen. Ik vind het leuk en spannend en als de boer komt en die ziet dit, dan heeft die pech. Even een ritje maken moet toch kunnen denk ik ook nog. 'Zit je goed?', vraagt Paard. En ik zeg 'JA!'. Dan komt Paard in beweging, eerst een snelle stap, dan zomaar in galop. Ik hou me stevig vast, want dit is wel wennen en dan hop. We komen los. De blijdschap die ik voel, voelt Paard ook, want hij roept uit: 'Voel je dit, voel je dit? Mijn Manen wapperen weer! En jij kan het niet zien, maar ik heb zo’n grote grijns dat m’n tanden droog worden in m’n mond door de Wind!'. En ik begin te lachen, te lachen en te lachen en ik voel het ook, mijn tanden worden ook droog door de Wind. En ik begin te gillen van Plezier. Als ik dan naar beneden kijk, zie ik de huizen van het dorp, aan het randje van het dorp het huis waar ik woon, maar ik zit hier. O heerlijk, heerlijk, we Vliegen! We gaan voorbij! Hoger en Hoger, Verder en Verder.

 

 

* De KleurenSferen*

 

Ineens is er een plop. In mijn oren een Stilte van Muziek. Hoe kan dat nou? Wat hoor ik nou dan? Dat kan toch niet? Wie zegt dat nou “een Stilte van Muziek”? Toch is het zo. De geluiden van beneden zijn weg. Er is iets anders. Vreemde Trillingen die ik niet ken, golvend Zacht en Helder.

 

En als ik nog verbaasd zit te zijn, zie ik de Kleuren. Een golf van Groen en Blauw. We Vliegen er midden in. O, wat is het mooi. Als vliegerpapier zo dun, ach nee veel dunner. Zo dun als glas, nee zo doorzichtig als glas of eigenlijk is het dat ook niet.

 

Ik steek een hand uit om te voelen en het voelt ook gewoon als Groen en Blauw, ik herken het direct. Vloeibare Kleuren lijken het wel. Als ik mijn Hand beweeg, bewegen ook de Kleuren. En ik roep tegen Paard: 'Hoe kan dat nou?'. Paard zegt heel zacht: 'Ja, Meisje met je Vlinderjas, dit is het Andere Bestaan. Daar waar jij van Wist. Dat wat jij je Herinnerde in heel je kleine mensenlijf. Ik was het zelf ook bijna vergeten. Hou je even vast, ik ga een rondje draaien en kijk dan maar eens hoe de Kleuren met ons mee dansen'. En hop daar gaan we in het rond.

 

'We gaan er dwars doorheen Paard! En de Kleuren gaan door ons heen, kijk dan toch! Dit is nog eens anders Groen en Blauw zien, dan wat daar beneden wel eens wordt gezegd! Joehoe!! Wat is dit mooi!'

 

Dans de Kleuren Groen en Blauw en voel ze tot in je Tenen en je voelt Groen en Blauw houden van Jou. Hoe is dat nou?

 

En als ik zo heerlijk in de Kleuren Dans, dan roept Paard ineens: 'Let op, want daar komen de andere kleuren!'. En jaaaa, ik zie ze komen “Roze en Rood”. Ik juich van oehoe en ahaaaaa. En als vanzelf doe ik mijn Mond open en Proef het Voelen van Roze en Rood. SuperdePuper! De Kleuren stromen nu ook weer door mijn lijf en dat van Paard. We Dansen paardensprongen en ik laat mijn beide handen los en Omarm en Omarm, zo blij! De vrolijkheid barst zo los in ons, dat we er duizelig van raken, maar dat deert ons niet, het is te fantastisch om te beleven.

 

Rood voor je Ogen, Roze erbij, een zuurstok smaakt niet lekkerder dan deze vrolijke Brij.

 

Dan worden Roze en Rood minder fel en voelen we dat er weer andere Kleuren aankomen. We houden even onze Adem in op wat gaat gebeuren. Maar dan Voelen we de Stroom, de Stroom van Oranje en Geel. En we Vliegen er zo in. Ik kom los van Paard, want ik ga liggen, net zoals ik in de Zon ga liggen, mijn armen en benen wijd uit. En Paard, Paard zie ik ook heel stil Zweven, zijn Vleugels wijd uit. Zo Zweven we door Oranje en Geel. Het lijkt ook net of het warmer is in deze Kleuren. Ik Speel een spelletje met mijn Ogen. Open en dicht. En na een tijdje zie ik het verschil niet meer. Heb ik ze dan open of dicht? Het is allemaal Oranje en Geel. Langzaam zweef ik naar Paard en ga ernaast zweven. 'Zeg, Paard, dat is ook weer gek, ik kan nu ook een soort van Vliegen, dan hebben m’n billen ook even rust. En jouw rug. Is dat niet fijn?'. Paard zegt niet veel terug, die is in de Zevende Hemel lijkt wel. Nou weet ik niet welke Hemel dit is, maar ik dacht nog niet de zevende. Ach, laat Paard maar lekker genieten. Die heeft het ook verdiend zeg. Je zult maar altijd in een Wei hebben gestaan, met een Hek ervoor, dat is toch ook niet wat.

 

Oranje en Geel geven een Zwevend Geheel.

 

Als ik als vanzelf weer op de rug van Paard terecht kom en m’n Ogen echt open heb, dan zie ik bij Geel heel veel Sterretjes lijkt wel. En ik zeg tegen Paard: 'Hee let op, want er komt weer iets anders'.

 

 

* SterrenStof*

 

We zien het Sprinkelen en Sprankelen, we horen dat ook. Vraag me niet hoe dat klinkt, maar Luister gewoon, dan kan je het ook horen. Als we dichterbij komen wordt het geluid wat gekker. Alsof er stemmetjes zijn van baby’s. Ik wil dit net tegen Paard zeggen, als die zelf al begint te vertellen. 'Volgens mij zijn we bij de baby SterrenStofjes aangekomen. Als het zo is, dan doe je oren maar dicht, want meestal willen ze krijsen wie het eerst mag vertrekken', zo verteld Paard. 'Hoezo vertrekken Paard? Wat bedoel je? Die baby SterrenStofjes die willen net als jij een mensenkind worden, daar beneden, waar wij vandaan komen'. Ik geloof bijna m’n oren niet, als Paard dit verteld. Wie wil dat nou? Ze hebben vast geen idee. En ik neem me voor dat ik dat misschien wel ga vertellen, dan hoeven ze niet meer zo te krijsen en kunnen ze gewoon gaan huilen. En ineens bedenk ik me en zeg het zelfs hardop 'Zouden baby’s daarom krijsen en huilen als ze nog zo klein zijn? Dat ze dan merken dat het wel even heel anders is om hier te zijn of daar te zijn?'. Als Paard mij zo hoort praten gaat ie ineens hinniken en ik zeg: 'Pardon? Kan je niet meer praten?'. 'Ha, neem me niet kwalijk', zegt Paard, 'dat komt omdat ik jouw Woorden hoorde en Wist dat het zo was. Ook met paarden gaat dat zo. Dan kunnen ze ineens niet meer praten en vliegen, maar dan moeten ze lopen en hinniken. Vreemde Wereld toch?'. En ik knik van ja.

 

Dan komen we bij de baby SterrenStofjes aan. Die zijn opeens stil en kijken ons Sprankelend aan met rozige wangen. Ik merk ineens dat ik niet met ze kan praten, mijn mond doet het niet meer. Ik probeer wat te slikken, maar het werkt allemaal niet. Dan zie ik dat mijn handen gaan bewegen, ik kan er ook niks aan doen, en helemaal gek is dat er uit mijn vingers ToverSprinkelSprankelKleurtjes komen. Groen en blauw, ik hou van jou. Roze en rood, voor de vrolijke noot. Oranje en geel, gewoon heel veel. Mijn armen gaan omhoog en omlaag en mijn handen wapperen mee. En mijn vingers maken gekke kronkels. Als ik goed kijk, dan zie ik dat ik een verhaaltje vertel. Ik moet er zelf om lachen en zie dat de baby SterrenStofjes ook een soort van moeten lachen. In ieder geval zie ik nu allemaal Bubbeltjes en Belletjes rondom ze. Alsof er een BellenBlazer is.

 

Als ik dan naar Paard kijk, zie ik ook allemaal Kleurtjes komen uit zijn hoeven, maar ook uit zijn neusgaten en dat is ook heel grappig. Zo grappig dat ik wat harder ga lachen en dan zie ik dat ook uit mijn neus Kleurtjes komen. Ook een soort van Belletjes en Balletjes. En ik denk, dat is wel wat anders dan dikke groene snotterbellen, dit ziet er tenminste Feestelijk uit. Stel dat je dan verkouden bent en dat er dit met je gebeurd. Dan wil iedereen wel verkouden zijn toch? De baby SterrenStofjes willen nog een verhaaltje begrijp ik uit hun Sprinkels en Sprankels en dan vertel ik ze dat goed moeten onthouden dat als ze gaan, waarheen ze willen gaan, niet moeten vergeten om te Sprinkelen en te Sprankelen en hun Kleurtjes te laten zien. Eerst zijn ze wat verbaasd lijkt wel en als ik zie dat ze het niet snappen, dan laat ik ze gewoon mij nadoen in het vertellen. Zo doen we dat een keer of twintig en dan hebben ze er zelf een Liedje van gemaakt en Zingen ze vrolijk over hun Sprinkels en Sprankels en de Kleuren die daarbij horen.

 

Ik ben een baby Sterren Stof die Sprinkelt en die Sprankelt, in alle Kleuren die ik zelf kiezen mag en als ik straks wordt geboren als een mensenkind, dat Danst en Springt, dan Sprinkel en Sprankel ik nog.

 

Ach, wat zijn ze zo lief zeg. Geen gekrijs en geen gehuil, alleen maar dat Zingen en dat Zingen is ook heel apart, alsof je allemaal Belletjes hoort, hele hoge maar ook weer zachte geluidjes, Getingel en Getangel, maar dan heel mooi.

 

Dan kijkt Paard mij aan en we begrijpen elkaar. Tijd om te gaan, ook al maakt het niks uit, want we hebben deTijd aan onszelf. Maar we zien dat de baby SterrenStofjes een beetje moe worden en hun SprankelOogjes gaan wat toe. Gauw geef ik ze allemaal een lief Kusje voor het slapen gaan en dan gaan Paard en ik weer verder.

 

Het valt ons op dat er nu geen Kleur is, dat wil zeggen, of juist weer wel. Het is wittig om ons heen met heel veel Glans, maar ook alle kleuren zien we wel. Niet zo fel als eerst, maar door het glanzende is het er toch. En het wittig is ook heel doorzichtig. En als ik goed kijk zie ik ook Zilver en Goud verschijnen. Heel iets, maar mooi genoeg om me heel betoverd te voelen. Ik SprinkelSprankel dan ook tegen Paard, voel jij dat ook? Dat betoverende? En Paard knikt, want die is er stil van, zeker betoverd of zo.

 

lees verder deel 2