De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie

* De Tovenaar*

 

Betoverd door het Zilver en Gouden Licht met alle Kleuren Vliegen wij langzaam verder. 'Je zou geen eens Vleugels hoeven te hebben, want je voelt je hier al of je kunt Vliegen', zegt Paard ineens. Ik schrik er van, want ook ik was Stil geworden. 'In de Oranje en Gele Kleuren kon ik Zweven', zeg ik, 'zal ik hier eens proberen te Vliegen dan?'. En ik heb het nog niet gezegd en ik Vlieg al, met onzichtbare Vleugels dan, want Paard ziet niets van Vleugels bij mij. Ik ga omhoog en omlaag, vlieg rondjes en cirkel zo maar wat rond. Wat heerlijk voelt dat zeg. Ik hoef niet eens mijn armen te gebruiken als ik dat niet wil. Maar dat vind ik juist wel fijn. Ik kan zelfs een duikvlucht maken en doe dat ook. Eerst naar beneden en dan ook omhoog, want dat kan ook.

 

Als ik dan zo hoog ga, zie ik iets in de verte. Het lijkt wel een Kasteel. Zo kan ik het niet zien en ik ga terug naar Paard om te vertellen wat ik zag en dan besluiten we die kant op te gaan.

 

Heel rustig Vliegen we beiden naast elkaar en zien dan ineens een soort van Loper of Trap. Het is geen van beiden. Wat het wel is wil ik Voelen en Paard heeft dezelfde mening. We gaan lopen op het iets.

 

Ik zeg: 'Huh het lijkt wel Sneeuw, maar dat is het niet, want het is niet koud en het is ook heel Zacht'. Paard zegt: 'Ja en m’n hoeven zakken er zowat door. Het is trouwens wel fijn om even mijn benen te strekken, hoe vind jij het om te lopen?'. 'Nou', zeg ik, 'ik loop wel, maar ook weer niet, dus ik weet het niet. Ik geloof dat ik het wel fijn vind'. En we klimmen langzaam omhoog.

 

Als we stil staan bij een soort van hele grote overloop zien we het Kasteel verschijnen ver boven ons. Het lijkt wel een Wollig Wolkenachtig LuchtKasteel met een ToverHoed bovenaan. Dan begint het Kasteel te lachen en dat is wel heel vreemd om te zien. En dan zien we ergens bovenin raampjes opengaan. Of nee, wacht eens even, dat zijn geen raampjes, dat zijn, dat zijn, dat zijn.. Ogen???

 

Ik zeg: 'Paard hou mijn Hand eens vast'. En Paard drukt mij wat van zijn Manen in mijn Hand. 'En knijp nou eens even in mijn Hand Paard'. Dan staat Paard stil. 'Zeg, Meisje met je Vlinderjas, ik kan niet knijpen met mijn manen hoor, dat gaat echt te ver', en op dat moment voel ik een kneepje in mijn Hand en Paard en ik kijken elkaar verwonderd aan. 'He?
Huh? Voelde je dat? Ik kneep jou met mijn Manen, dat kan toch niet?', vraagt Paard aan mij met grote Ogen. Zachtjes zeg ik: 'We zijn toch Betoverd en volgens mij kijken wij nu naar een hele grote Wollige Tovenaar. Ach nee en o wee, ik weet het al, we lopen op zijn baard!!!!'. En direct staan we helemaal stil. We kijken naar de grote mond, maar die lacht nog breder dan het al deed. En uit die mond komen nu WolkenZinnen. Alsof hij rook kringeltjes blaast.

 

'Welkom, puf, Meisje met de Vlinderjas en Gevleugeld Paard, puf, wat fijn jullie hier te zien, puf, ik verwachtte jullie al, puf'.

 

'Dank u wel grote Tovenaar, puf, we lopen wel op uw baard, puf, vind u dat niet erg, puf?'.

 

Verbaasd over mijn WolkenTaal kijk ik naar Paard, die krijgt alleen wolkjes uit zijn oren, maar ach, die luistert ook wel graag.

 

'Jullie zijn welkom op mijn baard, puf, iets anders heb ik jullie ook niet te bieden, puf, want ik ben natuurlijk zelf het Kasteel, puf, en naar binnen gaan kan nou eenmaal niet, puf, dat zou wel heel raar zijn, puf, ook al ben ik een Tovenaar, puf'.

 

En dan pufpufpufpufpufpufpufpufpufpufpufpuf achter elkaar. O jee, een hoestbui lijkt het wel. Dan spreekt de Tovenaar weer. 'Neem mij niet geheel kwalijk, puf puf, ik had al zo lang niet gesproken, pufpufpuf. Het is weer even wennen, puf'.

 

De Tovenaar was nog niet uitgesproken of daar begon Paard te puffen. Het kwam uit zijn neus en oren tegelijk. En de tranen vloeiden uit zijn Ogen. Het was een minutenlang gepuf en zowel de Tovenaar als ikzelf keken verschrikt naar Paard.

 

Toen Paard weer een beetje bijkwam van al het gepuf, vroeg ik: 'Zeg Paard voel je je wel helemaal ok?'. Paard antwoordde tussen nog heel veel gepuf door en zei: 'Het is hier zo stoffig, het kriebelt overal naar binnen. En ja, dat moet er ook weer uit natuurlijk. Pufferdepufpuf. Zeg Tovenaar wat is dat met die baard van jou, is die zo stoffig? Puf'.

 

'Ehm, puf, ja nou, puf, dat kan wel eens kloppen, puf. Ik heb mijn baard de laatste Eeuwen maar laten groeien en groeien, puf, en ik stof het nooit af, puf, misschien moet ik daarom ook wel puffen, puf'.

 

Paard en ik keken elkaar weer verbaasd aan.

 

'Eeuwen laten groeien? Puf. Dat is ook wel een beetje veel, puf, of niet dan Paard?'. Paard pufte wat en rolde met zijn Ogen van verbazing.

 

'Zeg, Tovenaar, puf, kunnen we daar wat aan doen? Puf, aan dat stoffige dus', vroegen we beiden tegelijk. Paard en ik begonnen al te lachen, want we zagen hetzelfde voor ons. Ik zag het ineens in het pufWolkje boven Paard en zag dat ik zelf ook zo’n Wolkje boven me had. We zagen een heel groot pak wasmiddel boven de Tovenaar verschijnen en een Liefig buitje regen als van een douchekop. Toen begon heel die baardberg, welke dus helemaal de Tovenaar was, te schuimen. De Wolkjes werden Bellen, allemaal gekleurde Bellen. Tegelijk zagen we onze eigen adem ook in
Bellen veranderen. We waren Levende BellenBlazers geworden!!!

'Paard!!!!'.

'Ja!!!!'.

'Meisje!!!'.

'JA!!!!'.

We zien het niet alleen in ons DenkWensWolkje, maar het gebeurd ook echt! JAAAAAA!!!!

Op dat moment keken we even niet meer naar elkaars DenkWensWolkje, maar omhoog naar de Tovenaar.

Die was inderdaad in een grote baardige schuimige BellenBlaasmassa veranderd. De Tovenaar begon aan alle kanten te sputteren. Pft prt brt srt qwrt grt flup blup blie blie bla bla. Bla die bla die bla. De Ogen van de Tovenaar waren bijna niet meer te zien, ze liepen helemaal vol. Vol met tranen en tuiten. Toen begon heel die grote haarberg te schudden en te beven. De Tovenaar begon te schreeuwen: 'Blup, fltsss haal me hier uit! Trft, grmpf, bevrijd mij! Hellup, kerm, ssggr, sggtt, frmfpk, blfeo'.

 

Paard en ik kijken elkaar aan. O jee, wat nu? Hoe doen we dat? Dan zien we elkaars Wolkjes die nu grote Bellen zijn. En in die Bellen verschijnen een heleboel scharen en die scharen die willen… KNIPPEN! Waaaah, ze zijn al begonnen ook. 'Paard! Kijk dan toch!'. We zien een heleboel scharen die driftig begonnen zijn met het knippen van de schuimige baard van de Tovenaar. De Tovenaar zelf is in huilen uitgebarsten en daardoor spoelt het schuim uit zijn Ogen en alles daaronder. Paard en ik gaan maar even Vliegen, want de hele schuimmassa dreigt ons weg te spoelen. Tss, door alles waren we ook bijna vergeten dat we kunnen Vliegen. Ik klim weer op de rug van Paard en voel hoe fijn vertrouwd dat is. We vliegen rondjes om de Tovenaar en de bergen haar die heel snel naar beneden vallen. De baardberg wordt snel kleiner en kleiner.. en.. en.. en de Tovenaar ook!!! Ik fluister in Paard zijn oor, want ik durf het niet hardop te zeggen. 'Paard, die Tovenaar is helemaal
niet zo groot, die had zich gewoon verborgen achter zijn enorme baard!


Jeetje, waarom zou ie dat gedaan hebben? Daar ben ik nou wel nieuwsgierig naar. Jij dan?'. Paard knikt en fluistert terug: 'Ik wil dat ook weten, maar we moeten wel een beetje voorzichtig doen hoor. De Tovenaar is nogal zielig nu lijkt wel. En ook een beetje boos. En met Tovenaars weet je het maar nooit. We gaan dit goed aanpakken. Ik doe wel het woord'. Ik fluister Paard terug dat ik dat een goed plan vind.

 

Zo Vliegen we nog wat rond en we zien dat door de tranen van de Tovenaar heel de baardtroep, want dat is het nu wel, troep, wegzwemt. Volgens mij zie ik dat het naar het Dal der Tranen glijdt. Daar weten ze er wel raad mee. De Tovenaar zelf staat dan bijna met zijn benen op de Grond, want ik zie ineens Schoenen met Glimmende Gespen verschijnen onder een prachtige Groene Mantel met GoudKleurige stiksels erop en andere Glimmers. Het puntje van een echte TovenaarsHoed is ook al zichtbaar, maar daar zit nog baard zelfs. Die gekke baard was helemaal om de Tovenaar heen gegroeid, hoe is het mogelijk he? Dan landen Paard en ik ook maar op de Grond, vlakbij de Tovenaar en als ik afstap zie ik dat ik bijna net zo groot ben als de Tovenaar. En waar ik toch ergens een
beetje bang was, ben ik dat nu niet meer. Ik zie dat Paard dat ook heeft. En ik knik Paard toe. Doe maar, ga jij maar wat zeggen.

 

'Ahum Tovenaar', zegt Paard. 'Volgens mij moet u maar gewoon eens even op mijn rug klimmen en dan gaan we Vliegen'. Tovenaar kijkt Paard aan met hele grote Ogen en zegt: 'Maar ik heb nog nooit op een Gevleugeld Paard gezeten en gevlogen, komt dat wel goed?'. En Paard zegt heel rustig: 'Natuurlijk komt dat goed. Als een Meisje met een Vlinderjas dat kan, dan kan een Tovenaar dat helemaal'. Dat stelt de Tovenaar wat gerust en nog wat aarzelend klimt hij dan op de rug van Paard.

 

Paard knipoogt naar mij en zegt: 'Vermaak jij je even alleen, dan gaan wij Vliegen'. 'Natuurlijk zeg ik', zoals ik altijd al deed en zwaai ze na als ze weg Vliegen.

 

Daar sta ik dan. Wel een beetje vreemd nu. Zo zonder Paard. Een beetje kaal en leeg. Ik besluit dan ook maar eens wat te gaan Vliegen en weet al waar naar toe. Naar het Dal der Tranen. Hoe ik wist dat dat zo heette weet ik niet, het is zo. Ik ga op weg, ik hoef alleen maar de laatste resten spoelwater met baardknipsels te volgen.

 

Het spoor loopt naar een prachtige Groene Vallei, waar allerlei gekleurde Bomen staan. Ze Schitteren aan alle kanten en ik hoor allerlei geluiden van een soort van Vogelgefluit. Dan zie ik het Dal der Tranen. Een ZilverWitte rivier lijkt het wel. Ergens aan die rivier zie ik ietsof iemand bewegen en ik ga er op af.

 

Als ik op de grond terecht kom, staat de persoon die langs de kant zat te vissen op en komt naar mij toe. 'Hee hallo, wat gezellig dat je hier ook even langskomt. Ik ben Elf'. Verrast door het Welkom en vooral ook blij zeg ik: 'Hallo Elf, ik ben het Meisje met de Vlinderjas. Ik zag dat je aan het vissen bent, heb je al wat gevangen?'.

 

'Ja, kom maar mee, dan laat ik het je zien'. Ik loop achter Elf aan langs de waterkant. Elf loopt niet echt, maar huppelt wat. Dat ziet er leuk uit. Ik word er nog blijer van. Dan wijst Elf op een soort van net in het water, het lijkt wel een SpinnenWebdraadnet, ook zo Zilverachtig. Er zwemmen allerlei hele witte vissen in. 'Kijk', zegt Elf, 'deze heb ik gevangen. Dit zijn bijzondere vissen, want deze zijn ontstaan door de Tranen van een Tovenaar, dat kan haast niet anders. Daar weet jij zeker wel meer van he Meisje met de Vlinderjas?', Ik knik en zeg: 'Ja, dat klopt. Er was een Tovenaar die moest heel hard huilen en de Tranen spoelden hier naar toe, maar ook het haar van zijn baard. Maar dat zie ik niet meer terug in de rivier'. 'Nou ja', zegt Elf dan, 'ik zag ook al wel dat het nog bijzonderder was met die vissen, want normaal zouden ze wel wittig zijn, maar toch nog her en der Glanzen van allerlei Kleuren, maar deze zijn zo Zuiver Wit, zo Puur, dat zie je echt bijna nooit',
zegt Elf.

'Wat ga je met die vissen doen dan Elf?', vroeg ik.

 

Elf begint te vertellen. 'Onze kinderElfen gaan we met een deel voeden en de rest zet ik uit in het Dwarfenmeer. Daar kunnen ze babyvisjes maken en zo kunnen we dan daar vissen en onze kinderen blijven voeden. In deze rivier overleven de vissen het niet namelijk. Want er komen alsmaar Tranen bij en sommigen Tranen maken geen voedzame vissen. Wij willen alleen de meest Zuivere vissen hebben voor onze kinderen, want dat is goed voor ze. Dan worden ze prachtigste Elfen en als de Elfen rond Vliegen en hun Gezang laten horen, dan worden alle Bomen blij en
gaan ze nog mooier Glanzen en Groeien. Dat is ons werk. Wij zorgen ervoor dat alles mooi blijft. En dat de Betovering van de DromenBossen in stand blijft'.

 

Ik kijk elf met stralende Ogen aan. 'Prachtig!', zeg ik en ik klap van plezier in mijn handen. 'Ik ben onder de indruk. En dat Vogelgefluit wat ik hoorde, waren dat dan de Elfen die zongen?'. 'Ja', zegt Elf, 'dat begrijp je helemaal goed'.

 

'We zijn nu met heel wat Elfen aan het vissen en de anderen Vliegen rond om te Zingen. Deze gebeurtenis is heel belangrijk voor ons en daarom dank ik je voor jouw rol in de TovenaarsTranen. En de baardharen'. De Elf kijkt me lachend aan.

 

Ik zeg: 'Nou daar was het Gevleugelde Paard ook bij hoor en deTovenaar zelf natuurlijk, dus die mag je dan ook wel bedanken'. Elf zegt: 'Dan mag je de Dankbaarheid van het Elfenvolk ook aan hen overdragen als je hen nog spreekt. Je spreekt ze toch nog wel?'.

 

'Ja, ik hoop van wel zeg, want ik zou het beslist niet leuk vinden als dat niet zo is. Misschien moet ik maar weer die kant op gaan waar ik ze voor het laatst zag. Dan neem ik nu afscheid van jou Elf en ik hoop dat jullie nog heel lang mogen genieten van de vissen en alle mede Elfen. En dat er maar nog meer mooie Elfenkinderen mogen opgroeien en het Dromenbos nog mooier kan worden, want het ziet er prachtig uit'.

Elf buigt naar mij met een lach en ik lach met een buiging. Dan Vlieg ik weer op in de richting van waar ik vandaan kwam.

 

Als ik mijn Voeten weer op de Grond zet en naar boven kijk, zie ik tot mijn opluchting een stipje in de verte dat wel heel erg lijkt op Paard met de Tovenaar. En ja, als het stipje groter wordt herken ik ze echt. En ik word weer heel blij. Stel je voor dat ik Paard nooit meer zou zien, ik kan het me niet voorstellen.

 

Even later landt Paard met Tovenaar op zijn rug en ik zie dat ze allebei lachen en blij zijn. Paard kijkt me aan en zegt direct ook: 'Wat fijn je hier te zien, ik begon je al te missen'. Dan sla ik de armen om Paard zijn hoofd en geef hem een dikke Zoen met een neus.

 

De Tovenaar begint te spreken en ik was hem al bijna vergeten, maar hij zegt: 'Lief Paard en Meisje, ik ben blij dat jullie mij gevonden hebben en ik ben blij met het ritje Vliegen op Paard. Het heeft mij heel erg goed gedaan. Ik voel mijn echte ToverKracht weer en ga er ook weer wat mee doen. Jullie hebben mij bevrijd. Als dank bied ik jullie de Rode Loper aan. Die leidt jullie ergens naar toe waar jullie Hartelijk en Warm ontvangen worden. Jullie kunnen de Loper Vliegen, of lopen, wat je maar wilt. Het wijst in ieder geval de weg. Ik kom later ook die kant op en hoop jullie daar nog te treffen. Maar wacht niet op mij, dat hoeft ook weer niet'.

 

We bedanken de Tovenaar ook voor alles tot zover en nemen het aanbod van de Rode Loper aan en op datzelfde moment verschijnt deze ook voor ons.
Ik ga als vanouds op Paard zijn rug zitten en voel hoe ontzettend fijn dat weer is, dat heerlijke Warme en Vertrouwde. En met nog een laatste groet stijgen we op en volgen de Rode Loper.

 

 

* FeeFeest*

 

We Vliegen over de Rode Loper en het lijkt wel of die in een enorme buis zit vol met Lichtjes. Het is prachtig om te zien. Paard en ik zijn Stil.
Heel lang Stil. Gewoon lekker Samen Vliegen en genieten van al die Lichtjes.

 

Dan zeg ik: 'Zeg Paard, ik heb je wel gemist hoor toen je met de Tovenaar aan het Vliegen was'. Paard zucht ervan. 'Nou ik jou ook. Met de Tovenaar was het heel bijzonder, maar met jou is het anders. Gewoon zo Samen één'. Ik ga voorover liggen en Streel Paard zijn Manen. En zo Vliegen we verder. Rustig in de Magie van de Wereld om ons heen.

Wat later vertel ik nog over Elf en het Dal der Tranen. Paard verteld niet over de Tovenaar en ik laat het zo. Ik hoef niet alles te weten, ook al ben ik wel nieuwsgierig.

Dan komt het einde van de Rode Loper in zicht.

 

Het lijkt wel of er daar Vuurwerk is. Allerlei Kleuren schieten de Lucht in en vallen als gekleurde Sterren uit elkaar. We blijven even hangen om met open mond te kijken naar al dat moois. Het geluid dat er bij is, is heel anders dan Vuurwerk, het lijkt meer op Vioolmuziek. En dat vind ik mooi, ik heb daar altijd van gehouden.

Langzaam aan komen we dichterbij. En dan zien we in dat Stralende KleurenSpel iemand staan. Een Fee met een Staf met een Ster erop laat uit die Staf al die Kleuren komen.

Als ze ons ziet begint ze lachen en laat ze het Vuurwerk voor wat het is en komt naar ons toe om ons te begroeten. Met Open Armen Vliegt ze naar ons toe. O wat heerlijk! Nieuwe Gasten! Ik verwelkom jullie met heel mijn Hart!!!! Direct zien we haar Hart oplichten in allerlei Gouden Kleuren en het Straalt op ons af. We worden er blij van.

 

De Fee nodigt ons uit om in haar Feeërieke Tuin te komen zitten, vol met Kleuren, Geuren en Bloemen en Bomen en voorwerpen als Glazen Bollen, allerlei bewegende beelden van Kikkers, Schildpadden en Vogels en zo nog wat meer, en ze vraagt ons naar onze Avonturen. Wij beginnen te vertellen. Dan Paard en dan ik weer. Gek genoeg slaan we het hele Avontuur van de Tovenaar over. Ik voel dat ik er niet over moet beginnen en Paard zegt ook niks.

Als de Fee ons verhaal heeft gehoord klapt ze in haar handen van Vreugde. En de Sterren Vloeien daarmee uit haar Handen en maken ook weer een klein Vuurwerkje. 'O, prachtig, maar dan zijn jullie heel bijzonder! Jullie komen zomaar uit de Andere Wereld hier naar toe. Uit Eigen Beweging!!! Dan heb ik iets voor jullie. Iets wat ik maar zelden kan weggeven en wat ik nu ook heel graag doe, want dat hebben jullie verdiend. Dubbel en dwars!'.

 

We zijn heel nieuwsgierig als ze tussen de plooien van haar Paarse gewaad zoekt en vindt.

Het is een Stervormig voorwerp, het lijkt van Goud te zijn, met Zilverglans en waar constant een Licht omheen schijnt. In het midden zit een grote Rode Hartvormige steen die Zacht Flonkert in het Gouden Licht wat van de Ster afkomt. Paard en ik houden onze adem in, want het is zo mooi, zo mooi!

'Kijk', zegt de Fee, 'dit Amulet is voor jullie Samen. Let op, alleen voor jullie tweeën Samen. Je kan het niet met iemand anders delen, je kan het ook niet alleen gebruiken. Het is helemaal speciaal voor jullie. En nu willen jullie vast ook wel weten wat het doet?'. Wij knikken stil en zeggen niets, maar we voelen de opwinding bij dit Schitterende
Amulet, want het is echt niet zomaar wat, dat kunnen we ook wel zien.

 

'Dit Amulet', begint de Fee, 'geeft jullie de mogelijkheid om Samen iets of iemand te zijn die je maar wilt zijn. Willen jullie de Kikker en de Ooievaar zijn, dan kan dat. Willen jullie een Ijsbeer en haar jong zijn, dan kan dat ook. Willen jullie een Fee en een Tovenaar zijn, ook. Alles wat je maar wilt. Iedere rol die je je maar Wenst kan je aannemen, het moet wel in overleg met jullie allebei zijn, anders doet het Amulet niets. Het zal dan niet werken'.

Paard en ik kijken elkaar aan. 'Maar .. hoe..' en onze Ogen worden nog groter dan ze al zijn geworden van de laatste Tijd en als ik naar Paard kijk, hangt zijn mond ook weer eens open. En ik voel dat de mijne dat ook doet. De Fee kijkt ons aan op haar beurt. Haar Ogen Glinsteren. Haar glimlach wordt groter. Dan zegt ze: 'En ja wat er nu in jullie Geest opkomt kan ook'. Paard en ik beginnen wat te blozen en verlegen te lachen.

 

Ik stamel: 'Ik geloof dat ik het wel begrijp'. Paard zegt: 'Hoe is het mogelijk, dat ik zoiets mag meemaken'. Dan omhels ik Paard en zeg: 'Nou dat geldt ook voor mij!' en ik geef een zachte Zoen op zijn neus. We kijken in elkaars Ogen en de Vlindertjes Vliegen eruit. We knipperen er van.

De Fee lacht en zegt: 'Ja, wie had dat ooit gedacht. De Wereld zijn de Wonderen nog niet uit. Zo zie je maar weer. Stap in de Wereld van Magie en alles is mogelijk'. Dan fronst ze haar wenkbrauwen en zegt: 'Hoewel dat niet voor alle Wezens geldt in deze Magische Wereld. Die zitten hier wel, maar snappen er eigenlijk niets van. Dat is ook vreemd. En jullie komen ergens anders vandaan en begrijpen hoe het werkt'.

 

Ik voel ineens alsof er een draadje los schiet in mij. Ik voel dat ik weet waar dit over gaat. Ik kijk Paard weer even aan en met een weinig opvallende blik in zijn Ogen zie ik dat wij elkaar dus nu helemaal begrijpen.

 

Paard zegt: 'Lieve Fee, ook de Wonderen zijn de Wereld nog niet uit. Durft u zich ook te laten verrassen?'. Oei, die was raak! Even waren er geen Sterretjes rondom de Fee, maar kleine donderwolkjes, heel klein, maar ze waren even zichtbaar. Dan pak ik zomaar de Hand van de Fee en zeg: 'Paard heeft gelijk. Vertrouw daar maar op, want hij is echt te Vertrouwen en zegt niet zomaar wat. Dat kan ik u beloven met mijn Hand op mijn Hart'.

 

De Fee legt haar andere Hand op mijn Hand, kijkt mij in mijn Ogen en zegt: 'Lieve Kind, je hebt ook gelijk, net zoals Paard. Ik weet het wel.
Tijd is iets waar jullie vandaan komen, en ooit ben ik ook op die plek geweest, ik heb er toch nog te veel van meegenomen lijkt wel. Afschudden die boel'.

 

Dan begint ze te schudden en te rinkelen. Er vliegt van alles in het rond. Een Kam, een Ballon, een Gieter, een Zwarte Doos, een Boomstronk, een Hooivork, een Grasmaaier, Pennen, Potloden, Gummetjes, en nog zoveel meer valt om haar heen.

 

Paard en ik zitten volkomen roerloos en vol verwondering toe te kijken. Als het geschud en gerinkel is afgelopen en alle voorwerpen om haar heen liggen, kijkt de Fee ons weer aan. 'Tsja, ahum, ik vond sommige dingen nou eenmaal leuk en ik nam ze gewoon mee hier naar toe. Maar ach, ik heb er ook niets aan. Het is allemaal Ballast en ik kan mijn jurken en gewaden beter voor iets anders gebruiken nietwaar?!'. En dan begint ze heel hard te lachen, zo hard en zo aanstekelijk dat wij heel hard mee beginnen te lachen. En ja, daar is het Vuurwerk weer! En oooo we maken het zelf nu ook!!!

We lachen nog een hele tijd en maken het prachtigste Vuurwerk Samen.

 

Dan zegt de Fee: 'Zo voor nu is dit even genoeg. We gaan Toverlekkers maken en eten! Wat dachten jullie daar van? Ik vind het een Feest dat jullie er zijn en dat gaan we er van maken ook! Maar ik kan het niet alleen, dus ik vraag jullie of jullie willen helpen'.

'Ja!', roepen wij uit! 'Wij doen mee! Natuurlijk doen wij mee!'. Ik zeg: 'Een echt ToverFeest, daar ga je geen nee op zeggen! Joepieeeeeeeeeeeee!!'. Paard roffelt met zijn Hoeven op de Grond en staat al te trappelen van Vreugde.

'Wat kunnen we doen?', vraag ik aan de Fee.

 

'Als jij nou de Appeltjes laat Vliegen die daar in die mand staan en ze in de Chocoladesaus laat dopen, aan de prikkers laat rijgen die hier liggen en dan in de Pompoen steekt, dan is dat vast iets. En als Paard dan de oven aan wil steken en wil helpen met de groenten laten snijden door de messen, dan maak ik van het deeg, de eieren en de andere
ingrediënten Groentetaarten en dan kunnen we nog Fruittaarten maken ook'.

 

'Als alles in de oven staat, dan laten we de FeestverLichting ophangen. Ik zal vast de Vuurvliegjes vragen om zich te verzamelen bij de Lampionnen in alle Kleuren. De Vreugdevuren mogen zich ook vast blij gaan maken, die liggen nu nog te slapen'.

'Verder zal ik met de Vliegerpost wat boodschappen in het rond sturen om wat leuke Gasten uit te nodigen, wiens gezelschap jullie ook wel leuk zullen vinden'.

'En nu aan het werk dan', zegt de Fee.

Zo gezegd, zo gedaan.

 

We gaan aan de slag en al snel ruikt het heerlijk in de knusse keuken en wordt het Warm van het ovenvuur en ons Enthousiasme.

Na een paar uurtjes bezig te zijn geweest, zien we door de ramen dat het buiten donkerder wordt en dat de Vuurvliegjes in de Lampionnen zijn gekropen en deze ophangen aan alle takken van de Bomen, door heel de Tuin. En op verschillende plekken beginnen de Vreugdevuren te Dansen.

Inmiddels hebben we heel wat lekker eten gemaakt en de ovenvaste schalen met al dat lekkers worden naar buiten getoverd en op de picknicktafels uitgestald. Het wordt geroken door de Bloemen en deze gaan zo hard groeien, dat ze zich om de tafels wikkelen, ze laten Poortjes ontstaan op allerlei plekken en sieren de boel verder op. Wat een Feestelijk Schouwspel al met al.

 

Net als Paard en ik elkaar aankijken met een tevreden glimlach, horen we Trompetgeschal. Twee van de BeeldenEngeltjes Vliegen naar de ingang van de Tuin en beginnen aan te kondigen wie er aan komen. Eerst een Trompetgeluidje en dan Zingen de Engelen: 'Prins gemaal van KikkerZon en zijne Vrouwe Helvetia van Rompiepom worden verwelkomd door de Fee en aangemoedigd om haar Gasten het Gevleugelde Paard en het Meisje met de Vlinderjas te komen begroeten'.

Met vrolijke kikkersprongen komen Prins gemaal van KikkerZon en zijne Vrouwe Helvetia van Rompiepom naar ons toe en voor ons beginnen ze te springen en te juichen en wij doen mee. Zo gaat deze begroeting dus. Ik begin er weer eens van in m’n handen te klappen, zo leuk is dit.

 

Dan Trompetteren de Engelen weer en Zingen verder: 'Dame Blanche met Parasol, hoedster van de Fijne zaken wordt verwelkomd door de Fee en aangemoedigd om haar Gasten het Gevleugelde Paard en het Meisje met de Vlinderjas te komen begroeten'.

Dame Blanche schrijdt ons statig tegemoet, maakt voor ons een prachtige buiging met haar ToverKleurtjesParasol en laat daaruit twee ijsjes tevoorschijn komen en ze zegt daarbij: 'Lief Paard en Meisje, voor jullie, omdat jullie zo zoet zijn en dat is heerlijk voor een Dame Blanche om te zien'. Wij nemen de Wonderlijke ijsjes in ontvangst en
buigen diep en Dankbaar naar Dame Blanche en zeggen tegelijkertijd: 'Dank u wel Dame Blanche voor dit Zalige genoegen'.

 

Dan Trompetteren de Engelen weer en Zingen verder: 'Moeder de Gans met haar 3 nichten wordt verwelkomd door deFee en aangemoedigd om haar Gasten het Gevleugelde Paard en het Meisje met de Vlinderjas te komen begroeten'.

Struis komt Moeder de Gans en haar nichten op ons af en overhandigt aan ons beiden een Veer met Parelmoeren Glans. Deze Veer zal jullie nog meer Geluk brengen. Draag het zichtbaar bij je en je zult behoed worden voor Ganse dingen en bemoedigt worden door jullie Eigen Tijdse verschijning.
Mijn nichten zijn jullie medewakers, denk aan hen en altijd komt alles goed', zegt ze.

Verwonderd over de mooie Veer dank ik Moeder de Gans en stop het in een knoopsgat van mijn Vlinderjas en bij Paard knoop ik de Veer in zijn Manen. 'Dank u Hartelijk Moeder de Gans, het is werkelijk prachtig, dank u wel en ook de nichten, het is ons een eer u te mogen ontmoeten en dit aangeboden te krijgen', zegt Paard en ik knik weer gewoon van ja.

 

Dan Trompetteren de Engelen weer en Zingen verder: 'Heer Madeiradam wordt verwelkomd door de Fee en aangemoedigd om haar Gasten het Gevleugelde Paard en het Meisje met de Vlinderjas te komen begroeten'.

Heer Madeiradam komt dichterbij met zijn dubbele Hoofddeksel, aan de ene kant een hoge Blauwe Hoed waaruit hij Bloemen Tovert en aan de andere kant een Rode DamesHoed met kant en gekleurde Veren. Zijn Ogen zijn ook verschillend, het ene is een mannenoog en het andere een vrouwenoog en deze is Kleurig omrand met Groene wimpers en Goudkleurige oogschaduw. Zijn lippen zijn half roze en half kleurloos. Dan reikt hij mij de Bloemen en geeft Paard een Kus op zijn bles. En hij spreekt de woorden:
'Waar Half Heel is, gaat het een Eigen Weg van ZonneSchijn en Stralen, Reis als de Wind en Speel als een Kind'.

Ik omhels Heer Madeiradam spontaan. Zo Lief wat hij zegt. Paard briest even een zacht briesje.

 

Dan Trompetteren de Engelen weer en Zingen: 'Waagt u allen aan de tafels en eet, drink en lach, heb elkander Lief tot in de Eeuwigheid. Vier het
Feest van het ToverLeven!'.

 

lees verder deel 3