De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie

Lachend en pratend begroet iedereen elkaar nog eens en heel vanzelf neemt iedereen een plaatsje in. Het Vreugdevuur knettert nog extra oplaaiend en de Vuurvliegjes Dansen extra rondjes in de Lampionnen. Het Feest is begonnen.

 

De Fee klapt nog even in haar handen en roept naar de Violen dat ze mogen Spelen en wonderschone Muziek begeleidt het Feest van het ToverLeven! Want ja dat is het wel. Magisch, Bijzonder, Kleurig, Fleurig. Paard en ik genieten volop.

 

Er wordt gedanst en gezongen, geknuffeld en geaaid, geklapzoent en handen geschud. Er worden verhalen verteld, door iedereen, ook wij vertellen en we genieten van elkaar.

 

Als ik weer even heb gedanst met één van de nichten van Moeder de Gans en even op de rankenschommel heen en weer slinger, komt Paard bij me en zegt: 'Zie je die mooie gloed om heel de Tuin? Die is niet alleen van de Vreugdevuren, maar van ons allemaal, het Straalt er van af!'. En ik zeg: 'Ja, ik zie het ook, wat mooi is dit! Wat een Geluk hebben wij toch dit te mogen meemaken'. En tevreden Vliegen we een rondedansje met elkaar.

 

Dan klapt de Fee weer in haar handen en roept: 'Tijd voor het ToverBallenVuurwerk!'.

 

Iedereen staat op en verzamelt zich aan de rand van de Tuin, dichtbij het Open veld van zachtgele glooiingen waar Puur Goud groeit. De Fee begint met een Stroom van ToverBallenVuurwerk dat uit haar handen komt, de ene na de andere bal komt tevoorschijn en schiet de lucht in, onderweg allerlei Kleuren afgevend en uitspattend in duizenden kleine Stralende Lichtjes als Sterren zo mooi. Dan zijn de anderen, en ook wij, om en om aan de beurt. Iedereen Tovert Vuurwerk met zijn of haar eigen ToverKrachten. Dame Blanche laat uit haar ToverBallen smeltende ijsjes in dikke druppen knallen, die weer oplossen voordat ze de Grond raken. Moeder de Gans en haar nichten laten ZilverWitte Veertjes dwarrelen. Heer Madeirodam laat tweekleurige Bollen tollen, zodat ze zich helemaal met elkaar vermengen. Prins gemaal van KikkerZon en zijne Vrouwe Helvetia van Rompiepom laten beurtelings Zonnetjes Stralen en Trommeltjes klinken. Paard Tovert tot zijn en mijn stomme verbazing Roze TwinkelHartjes en ikzelf ben ook verbaasd over de veelkleurige Vlindertjes die verschijnen en die al fladderend over het zachtgele Goudveld wegvliegen.

 

Als iedereen nog een paar rondjes ToverBallenVuurwerk heeft gedaan, gaan de Vreugdevuren zachter branden, de Vuurvliegjes Vliegen minder en iedereen begint afscheid te nemen van elkaar. 'Totdat de Paden weer kruisen en de Harten elkaar Voelen', is de afscheidszin van Heer Madeiradam, de Ganzen schudden met hun Veren als groet, Prins gemaal van KikkerZon en zijne Vrouwe Helvetia van Rompiepom springen nog even in buigingen in het rond, Dame Blanche klapt haar Parasol in en daar gaan ze dan. De Fee en wij zwaaien tot we geen LichtPuntjes meer zien. Tevreden zitten we nog even na en de Fee Bedankt ons voor dit mooie Feest en wij Bedanken haar. Dan zie ik iets in mijn Ooghoek, achter het Tuinhek, het lijkt wat Groenig. Ik stoot voorzichtig Paard aan en ik zie dat Paard het ook ziet. Fee ziet het niet, want ze zit met haar rug naar het Groenige wat wij zien. Met het vermoeden dat Paard en ik hebben, nemen we na nog wat Toveropruimwerk afscheid van de Fee. We beloven elkaar weer snel te zien. Waar dan ook. En de Fee drukt ons op ons Hart dat we altijd welkom zijn bij haar in de Tuin en de keuken.

 

Natuurlijk kunnen wij dat beloven, want we weten wel dat het belangrijk is om elkaar vaker te zien. Dan klim ik op de rug van Paard en terwijl het Licht opkomt en ons weer beschijnt, stijgen wij op en zwaaien de Fee lang en Enthousiast gedag. En we zien het Groene mannetje de Tuin binnen wandelen. Dan kijken we niet meer en Vliegen genietend verder.

 

 

* De Eenhoorn*

 

We Vliegen langzaam en wat slomig. Dan zeg ik: 'Zeg Paard, ik heb eigenlijk wel zin om eens even de benen te strekken, jij ook? Eens even een beetje Rust'. Paard zegt: 'Ja, dat vind ik een goed idee, welke kant gaan we op?'. 'Nou', zeg ik, 'ik heb het gevoel dat we iets naar links moeten Vliegen en dat daar iets is'. Paard maakt een rustige wending naar links en gaat iets lager Vliegen. Ik Ruik, ik Proef, ik Hoor, ik Voel. 'Ja nog maar lager Paard, we komen ergens, ik voel het aan m’n water! Jaaaa water, ik zie water!!! Zie jij het ook?'. Paard roept ook: 'Ja ik zie het, we gaan er op af'.

 

Al snel zien we een prachtig Meer liggen schitterend in een soort van ZonLicht. Het water is KristalHelder en Blauwer dan Blauw. Om het Meer een strand van Zilverwit. Als we landen lijkt het eerst zand, maar dat is het natuurlijk weer niet. Het is een zacht poeder met allemaal Kristalletjes erin, die in allerlei Kleuren Schitteren. Ik laat me van Paard zijn rug glijden en plof neer op het strand. 'O heerlijk, even zitten, of nee ik ga er bij liggen. Goh wat heerlijk zeg! Kom er lekker bij Paard!'. En Paard gaat zelf ook liggen en slaakt een zucht en zegt: 'Ja, ook dit kan heerlijk zijn en zal ik je eens wat vertellen, het IS heerlijk!'.

 

Zo liggen we een tijdje, we babbelen wat met elkaar over de Kristalletjes en het mooie water en even later sluiten we onze ogen en vallen in slaap. Tenminste dat denk ik, want toen ik m’n Ogen weer opendeed, lag Paard wel te slapen. Ik begon me uit te rekken en voelde dat ik naar het water moest. Met m’n vingers even voelen, oei wat voelt dat prettig! Dan met m’n tenen erin, m’n voeten, m’n enkels. Dan doe ik mijn Vlinderjas uit en m’n andere kleding en ga lekker zwemmen in het water van het Meer. Ik voel heerlijke Energie door mij heen Stromen, alsof het water gevuld is met Energie en dat nu door mijn lijf Stroomt. Even later hoor ik geplons en ook Paard is het water in gekomen. Ook hij zwemt rond met een lach van Zaligheid op zijn mond.

 

'Hoe is het toch weer mogelijk he?! Weer zo'n fijn en bijzonder plekje hier. Wij hebben Geluk Samen', zegt Paard tegen mij. 'Ja, volgens mij hebben we echt ToverKracht Samen', zeg ik dan en ik begin heel hard te spetteren en te joelen. Dan houden we een waterpretfeest met z’n tweetjes. We moeten zo hard lachen dat het water ervan begint te golven en daarop golven wij dan weer mee.

 

Na een tijdje is het goed geweest en we gaan het strand weer op. Lekker drogen op de zachte Kristalletjes en nog wat liggen met onze ogen dicht. Als ik net m’n kleren weer aan heb en besluit een rondje om het Meer te lopen en Paard vind dat hij nog wat wil liggen, zie ik aan de andere kant van het Meer iets verschijnen. Iets wits. Ik stoot Paard aan, want ik kan even niks zeggen.

 

Paard begrijpt mijn signaal en voelt mijn Verwondering en staat op en kijkt mee. 'Dat is, dat lijkt, dat is, dat is. Dat is een Eenhoorn!' zegt hij heel zacht, ik kan het nog net verstaan. Met groot ontzag blijven we staan waar we staan en de ZuiverWitte Eenhoorn komt rustig naar ons toe, lopend over het water van het Blauw dan Blauwer Meer. Als hij voor ons staat buigen wij en we zien een dier van zo'n Schoonheid zoals we nog nooit zagen.

 

Ogen als Amethist, zo Flonkerend en Paars, Vriendelijk en Zacht, Krachtig en Warm.

 

'Welkom Vreemdelingen', spreekt hij met een Stem die net zo klinkt als zijn Ogen er uit zien, 'wat bijzonder jullie hier te mogen ontmoeten. Het gebeurt nog te weinig dat hier Vreemdelingen komen die de weg hebben weten te vinden, daarom ben ik zeer verheugd dat jullie er zijn'.

 

'En jullie zijn hier niet voor niks. Ik mag jullie iets laten zien en aanbieden. Zien jullie de Magische Sleutel die ik om mijn hals draag?'. Wij knikken allebei tegelijk en zijn nog steeds stil, het voelt zo groots en licht om de Eenhoorn te ontmoeten, we kunnen gewoon geen woord zeggen. De Eenhoorn gaat verder. 'Jullie mogen deze Sleutel van mijn hals halen, er zit een Geschenk in. Dat zal ik zo uitleggen'. Paard kijkt naar mij en ik Voel dat ik de Sleutel mag pakken. Heel voorzichtig nader ik de Eenhoorn en haal rustig de Sleutel van het koord af dat om zijn hals hangt. Met de Sleutel in mijn handen buig ik weer voor de Eenhoorn. Nog steeds kan ik niets zeggen.

 

'Lieve Vreemdelingen, jullie gaan straks samen naar de Gouden Poort van Verbinding, ik zal het jullie wijzen. Als je daar doorheen gaat, zullen jullie je Ware gedaante ontvangen. Deze gedaante is nodig voor wat jullie gaan beleven aan de andere kant van de Poort. Later kunnen jullie weer de gedaante aannemen die je wilt, zoals ook de Fee al heeft uitgelegd, daarvoor hebben jullie immers een Amulet van haar gekregen'. We knikken weer.

 

'Aan de andere kant van de Gouden Poort van Verbinding staat iets en bij dat iets moeten jullie je plek innemen. Het wijst zich vanzelf. Wees niet onzeker, want jullie zijn hier gekomen en dan kunnen jullie dat ook. Zijn jullie er klaar voor?'. En weer knikken we. Stil en vol ontzag beginnen we achter de Eenhoorn aan te lopen. Rond het Meer deze keer. Ik vraag me af wat dit allemaal te betekenen heeft en ik ben er bijna zeker van dat Paard zich dit ook loopt af te vragen, maar we zeggen niks. Het past gewoon ook niet om iets te zeggen. We lopen gedrieën heel rustig in een krachtige pas, maar ook tegelijk zacht en vol met een Stille Verwachting.

 

Dan zien we ineens een enorme Gouden Poort. Het Glinstert en Flonkert ons tegemoet. In de Poort lijkt een mist te hangen, alsof het deuren zijn die gesloten zijn. Een stukje voor de Poort staat de Eenhoorn stil en draait zich om naar ons. 'Ga in het midden van de Poort staan, dan krijg je je Ware gedaante en hou dan samen de Sleutel vast, dan kunnen jullie naar binnen. Ik wens jullie de Verbinding toe die jullie zijn. Ga en vervolg de weg zoals ik heb gezegd'.

 

Dit waren tegelijk de laatste woorden van de Eenhoorn die met die woorden plotsklaps verdwijnt in het niets. We staan heel verbaasd en nog steeds Stil te kijken naar dat niets.

 

Even heb ik het gevoel dat we daar voor eeuwig blijven staan, als Paard tenslotte iets zegt: 'Laten we doen wat de Eenhoorn heeft gezegd. We zullen het Be-Leven. Zoals we alles Be-Leven'. Ik knik van ja, en we lopen naar de Gouden Poort van Verbinding. Als we dichterbij komen voelen we een ongekende Warmte die ons zelf ook verwarmt, vooral van binnen. Alsof we van binnen een Gouden Gloed hebben. Vlak voor de Poort staan we even stil en kijken elkaar aan. 'Zijn we er klaar voor', vraagt Paard. En ik zeg: 'Ja, ik wel, jij ook?'. Paard knikt en dan lopen we de mist in en middenin blijven we staan, zoals de Eenhoorn zei.

 

Ik voel me vreemd en alles begint te draaien. Alsof mijn lijf alle kanten opwaait en tolt en bolt. Er is ook echt een vreemde wind om ons heen, ik zie Paard ook alle kanten opwaaien en zie dat zijn lichaam verandert, net zoals de mijne voelt. Ik voel ook aan mijzelf en wie ik ben. En ik zie dat Paard dat ook doet, en ik zie ook dat hij er anders uit ziet. Mijn mond gaat open en weer dicht. Nee, niets zeggen, dit is van de Stilte. Ik zie Paard ook wel met verwondering kijken, naar zichzelf en mij. Onze Ogen zeggen hetzelfde in de immense Stilte van het Moment.

 

Dan zakt de wind en alles wordt helder. We zijn aan de andere kant van de Gouden Poort van Verbinding. Langzaam beginnen we te lopen. Naast elkaar. We weten waar naar toe. We volgen het Tintelende Pad van Groen bedekt Mos, naast de Zachte Rotsen die aan weerszijden van het Pad rijzen. Het Pad loopt iets omhoog en we zien aan het eind ervan iets staan. Dat is onze richting. We gaan steeds langzamer lopen en het lijkt wel of we in slow motion gaan. Alsof we los van het Pad lopen en ook weer niet. Zo licht en toch nog zwaar genoeg.

 

Als we bij het grote witte iets komen, loopt Paard als vanzelf naar de rechterkant en ik loop naar de linkerkant. Dan zie ik wat het is. Het lijkt een hele grote vierkante mal, mensenhoog, zoals voor klei, uitgehouwen uit een stuk rots, een steen. Prachtig Wit Zacht steen. En er is een afbeelding uit gehaald. Ik voel met mijn vingertoppen over de steen, zo zacht en ik voel dat ik in de mal moet stappen. Het uitgehouwen deel van de steen is een Mens, met de benen en armen wijd en ik stap er ook in die positie in, met mijn armen en benen wijd. Als ik er helemaal in sta, voel ik weer iets vreemds. Het wordt warmer en warmer, in mij en om mij. Ik smelt in de mal lijkt wel en het voelt heel aangenaam. Ik sluit mijn ogen en ik voel dat er iets gebeurt, ik voel mijn lijf vloeibaar worden, en Licht, heelLlicht, zowel van Kleur als van gewicht.

 

Dan voel ik iets anders, of liever iemand anders. Ik open heel voorzichtig mijn Ogen, alsof ik uit een Droom wakker wordt en zie dat de mal is verdwenen. En ik Voel en ik Voel. Wat Voel ik toch? Ik Voel iets Vertrouwds, ik voel een ander Hart door het mijne, ik voel Handen die mijn Handen vasthouden, ik voel mijn Lichaam in een ander Lichaam en andersom. Ik kijk met mijn Ogen in andere Ogen. Ik fluister bijna onhoorbaar, en ook zonder stem.. 'Paard.. ben jij het?'. Ik voel iets slikken in mijn keel en ik voel mijn ademhaling door een andere ademhaling en dan voel ik een Zachte Fluistering door mij heen, zonder stem. 'Ja, ik ben het Meisje met de Vlinderjas, ik ben Paard'. En dan Vloeien we, dwars door Elkaar heen, als een TederZachte Dans van Kleuren in de Wind, als de Lieflijke Aanraking van een prachtige Bloem Vol-Ledig in bloei, alsof we twee Vlinders zijn die perfect passen in het VliegerSpel. Het beneemt me bijna de adem en ik Voel dat dat bij Paard ook zo is. Verbijsterd en Verwonderd, een blijheid waar ik geen woorden aan kan geven voel ik, dus weer de Stilte van het Voelen. Zo bijzonder dit. En ik voel Tranen vloeien, ook weer dwars door ons heen. Als ze de Grond raken maken ze Stengels en Bloemen, in allerlei Vormen en Kleuren en in een ommezien is alles veranderd in Kleur, in een BloemenZee en daarvan gaan we dan weer lachen en er ontstaan Regenbogen, ook in allerlei Vormen. Ik zie langzaam Ballonnen opstijgen en Confetti neer dwarrelen. Alles Zacht van Kleur, Zacht van Vorm, Zacht van Tijd. Dan sluiten we onze Ogen en de Tijd verdwijnt. Alles verdwijnt. Er is even helemaal niets. Alleen wij in het Zijn van het Be-Staan. En het is Stil, heel Stil. Een pracht van een Stilte en in de Stilte gaan onze Ogen nog verder dicht. Tot we ver, ver weg zijn. We Zweven het Leven.

 

 

* De Waterval*

 

Als ik mijn Ogen weer opendoe, zie ik een Zon, ik voel gekriebel om mij heen en ik hoor Water vallen, overal zijn Bloemen en naast mij ligt Paard, zoals Paard er uit ziet. Zijn Vleugels ingevouwen en nog in DromenLand. Ik ben weer het Meisje met de Vlinderjas zie ik. En ik moet lachen, eerst giechelen, daarna begin ik steeds harder te lachen. Omdat ik Paard nog wil laten slapen en ik mijn lachen niet in kan houden, ga ik op verkenning. Ik loop dwars door het Veld met Bloemen, en lach en lach. Ik loop naar waar ik het Water hoor vallen en jawel er is een WaterVal. Ik kom bij een rand van een rots en ik zie onder mij het water kletteren. Dan kan ik me niet meer inhouden, ik ga Dansen, ik Zing, ik Juich, ik Lach, ik steek mijn armen de lucht in, mijn hoofd achterover en zo dans ik, zing ik, juich ik en lach ik maar door. O wat is het toch heerlijk allemaal. Wat een Wonderen in deze wereld! Wat Fantastisch, wat Genieten!

 

Ha, daar komt Paard ook aan! Hee Paard, Dans je mee? Het leven is vurukkulluk hier! En Paard komt nog een beetje sloom dichterbij, maar wordt ook aangestoken door alles om hem heen en de Blijdschap en even later staan we Samen te Dansen en te Zingen en te Juichen.

 

'Ik wil wel eens weten waar die WaterVal vandaan komt Paard. Ga je mee kijken? Er zou een ondergrondse rivier moeten zijn ofzo, want waar komt al dat water anders vandaan?'. Paard is ook nieuwsgierig en Samen Vliegen we naar beneden. Achter de WaterVal zien we een ruimte en we Vliegen erin. 'O wauw, wat mooi!', roepen we beiden uit. Er is een verlichte grot achter de WaterVal dat door duizenden Lichtjes wordt verlicht. Soms knipperen we een beetje met onze Ogen. Het lijkt wel een SterrenHemel, en toch is het anders. Als we wat gewend zijn aan het donkere en het lichte, zien we dat die Lichtjes geen Lichtjes zijn, maar allemaal Oogjes die open en dicht gaan. Het zijn duizenden Vleermuisjes die ondersteboven hangen zien we.

 

Dan zien we ook dat er iets of iemand op ons afkomt. Een stem begint te spreken. 'Dag, dag, wie mag ik verwelkomen in de grot van Verandering?'. 'Eh, eh, wij zijn het Gevleugelde Paard en het Meisje met de Vlinderjas, en wie is u?', vraag ik.

 

'Ach ja, nou zie ik het', zegt de stem en deze komt nog dichterbij. 'Ik ben Koning Kikker', zegt de stem en op dat moment zien we een grote Kikker voor ons verschijnen met een Gouden Kroon op. 'Wat fijn weer eens Gasten te mogen verwelkomen, dus nogmaals Welkom, Welkom! Hebben jullie zin om met mij mee te gaan om te kijken hoe het met mijn familie is vandaag? Ik ga iedere dag een stukje langs de WaterVal naar beneden om te zien hoe de Kikkervisjes Springen en Vliegen leren in het water. Ik geniet daar altijd zo van en moedig ze dan extra aan. Dan groeien ze sneller en hebben ze meer Zelfvertrouwen om met grote Kikkersprongen het Leven in te springen'.

 

Paard en ik worden Enthousiast van het verhaal van Koning Kikker en we zeggen dat we heel graag met hem mee gaan. 'Gelukkig kunnen jullie Vliegen', zegt hij, 'ik Plons en Spring en Kwaak naar beneden, kijk maar op welke manier jullie mij volgen. Wat voor jullie het gemakkelijkst is'.

 

Zo gezegd, zo gedaan. Gedrieën volgen we het Pad, er is geen Pad, want er is een Kikker, maar we volgen gewoon een Weg, er is ook geen Weg, maar die maken we dus, door Springen, Vliegen, Plonsen en zo nog wat dingen. Gewoon langs het ruisende water van de WaterVal naar beneden. Weldra zien we kleine figuurtjes uit het water springen en een stukje vliegen. Sommigen maken een koprol in de lucht of andere tuimelingen die er grappig uit zien. Als er ergens langs het water een stukje is waar we met z’n drieën kunnen staan om het SchouwSpel beter te zien, doen we dat dus. Koning Kikker lijkt wel op een breedbekkikker, zo'n grote grijns heeft ie. Het is ook leuk om te zien wat er allemaal gebeurt in het water. Er zijn Kikkervisjes die een Spinnewebdraad als touw vasthouden van de ene kant naar de ene kant van de WaterVal, die overigens nu een stuk minder valt, en daar SpringVliegen de Kikkervisjes dan overheen. Ze SpringVliegen eerst een heel stuk naar boven via de stenen en het water en dan laten ze zich in het water glijden en gebruiken het als glijbaan. Vlak voor het Spinnewebtouw SpringVliegen ze dan uit het water en proberen over het touw te komen. Meestal lukt dat en dan tuimelen ze met gekke plonzen aan de andere kant van het touw weer het water in en zwemmen dan een stukje terug en beginnen weer overnieuw met het spektakel.

 

Koning Kikker kwaakt het soms toe en dan weer klapt hij in zijn handpoten. 'Prachtig om te zien he', zegt hij trots.' Dat zijn allemaal achterachterachterachterkleinkinderen van mij, of misschien nog wel meer achters erbij. Ik kan het niet meer tellen en dat hoeft ook niet. Het is jaar in en jaar uit een Feest om te beleven en zo blijf ik ook Leven. Jonge en Frisse capriolen van anderen houden jezelf ook jong en ja soms doe ik wel een beetje mee. Zij kunnen het beter, maar ik heb er gewoon Plezier in tussen hen in te zwemmen en te spelen en zij ook, dus ja waarom niet he?'.

 

Ik sta ondertussen zelf allerlei bewegingen mee te doen, ook al is dat op het droge en ik zie zelfs dat Paard met zijn hoofd bewegingen maakt alsof hij één van de SpringVliegende Kikkervisjes is. Heerlijk al dat Enthousiasme!

 

Dan vraagt Koning Kikker: 'Via welke Weg zijn jullie gekomen?'. 'Hoezo welke Weg', vragen wij? Hij kijkt ons aan met een vreemde blik. 'Hoe komen jullie hier, wat gebeurde hiervoor?'.

 

Paard begint zijn keel te schrapen en wil van wal steken met een heel verhaal en ik zeg snel voor hij begint: 'Door de Gouden Poort van Verbinding!' En ik zie aan Koning Kikker dat hij nu gerust gesteld is en dat dat het antwoord was waar hij benieuwd naar was.

 

'Hmmm..', zegt hij, 'dat is bijzonder, dat is heel erg bijzonder, heel mooi, heel mooi. Wat fijn voor jullie'. Hij begint van de WaterVal weg te lopen en wij lopen er achter aan. En Koning Kikker begint te vertellen.

 

'Ooit ging ik ook door de Gouden Poort van Verbinding, ja met mijn Geliefde van toen. Het was een prachtige Ervaring. Ik denk er nog wel eens aan terug. Helaas is zij uitgetreden en weer in Andere Werelden, waar zij nu behoort. Ik mis haar, of iemand anders naast mij, wel. Soms denk ik wel, laat ik eens terug gaan naar de Gouden Poort van Verbinding en opnieuw beginnen bij het begin. Ik heb gehoord dat dat kan. De Kikkervisjes alleen laten vind ik dan het moeilijkste. Hoewel ik kan vragen of er jonge volwassenen bereid zijn om bij ze te blijven. Dit waren zo wel eens mijn gedachten en nu ik jullie zie heb ik de behoefte deze hardop uit te spreken en dat doe ik dus ook tegen en met jullie. Mag ik jullie eens vragen wat jullie hier van vinden?'.

 

'Doennnnnnnnnnnn!', roepen Paard en ik in koor. 'Waarom niet eigenlijk? Er is dus eigenlijk niets wat u belemmerd', zegt Paard. 'En wie weet wat het weer brengt in het Leven. Brouwerij misschien', zeg ik. 'En wie weet wie er al heel lang op u zit te wachten ook. Een dame houdt niet van wachten natuurlijk, ook al zal ze geduld hebben tot de juiste Koning Kikker in kwestie komt', voegt Paard er nog aan toe.

 

Koning Kikker kan nog breder grijnzen zien we en wij beginnen mee te grijnzen. Van oor tot oor en weer terug.

 

'Nou wel', zegt Koning Kikker, 'dan lopen we maar eens terug naar de grot achter de WaterVal. Dan zal ik mijn medewerkers weer eens aan het werk zetten en over mijn plannen vertellen en dan zullen we eens zien wie welke taak over kan nemen. Dan regel ik ook direct een heerlijk wierig Feestmaal en natuurlijk trakteer ik jullie op een KikkerConcert, want ik heb een prima KikkerOrkest en zij komen ook te weinig aan Spelen toe, dat is toch ook wel jammer. Kom Vreemdelingen die mij zo Vertrouwd zijn, kom en laten we op weg gaan'.

 

'Vind u het wat als we u tussen ons in nemen en naar boven Vliegen?', vraag ik. 'Beleeft u ook eens hoe dat soort Vliegen is'. De bolle wangen van Koning Kikker worden nu nog boller en er komt een harde vrolijke kwaak uit zijn bek rollen. 'Met alle Plezier laat ik me Vliegen', zegt Koning Kikker. 'Lijkt me zalig!!!!'.

 

'Oké, pak Paard maar bij zijn Manen en mij bij de Hand, dan gaan we!'. Koning Kikker doet het precies zo en inderdaad daar gaan we. Wat een Pret heeft de Koning. Hij kwaakt het uit en zwaait met zijn handpoten naar de Kikkervisjes waar we even later overheen vliegen om dit te laten zien. Een Klaterend Applaus is te horen vanuit de WaterVal. Het lijkt wel of de WaterVal zelf ook mee klapt, zo'n wonderlijke ruis zit er bij het geluid.

 

Dan Vliegen we langs het hoge deel van de WaterVal naar boven en landen keurig in de grot achter de WaterVal. Koning Kikker laat ons los en begint ook te applaudisseren. 'Helemaal te gek, kwaakt hij er bij. 'Dat is nog eens Vliegen. Ik ga de nieuwe EnthousiastMakers opdracht geven om dit aan de Kikkervisjes te leren, dat gaat ze vast lukken! Altijd hetzelfde blijven doen is ook niet wat en dat gaat vervelen. O heerlijk deze Vernieuwingen, het zal nog meer Plezier opleveren'.

 

Dan kwaakt hij nog wat, zegt dat wij een lekker plekje mogen opzoeken om te rusten en dat we wat te drinken aangeboden krijgen en wat te eten en dat hij dan even verdwijnt en later weer terug keert naar ons. 'Even wat staatsgeheimen, die niet echt geheim zijn, regelen', zegt hij er bij met weer zo'n breedbekgrijns. En weer grijnzen we mee.

 

Koning Kikker springt weg en bijna onmiddellijk komen er drie jonge KikkerPrinsen aangesprongen met elk een dienblad op één handpoot. Twee glazen en een karaf met Sprankelend water wordt voor ons neergezet. 'Alstublieft Welkome Vreemdelingen, u krijgt het genoegen het aller Sprankelendste water te drinken vanuit onze eigen Bron die in de Kikkerberg ontspringt'. We zien het water Sprankelen als er voor ons ingeschonken wordt. 'De karaf zal zich vanzelf weer vullen, dus u kunt nemen wat u wilt', zegt de eerste Kikkerprins.

 

De tweede Kikkerprins heeft een dienblad met daarop twee schalen met een soort Groene groente. 'De beste wierigheid vanuit de omstreken voor u vers geplukt en gewassen', buigt de Kikkerprins voor ons en overhandigt ons elk een schaal. 'U mag dit eten zoals u wilt. Het is zeer Rijk aan mineralen en vitaminen. Eet u smakelijk!'.

 

Er is nog een derde Kikkerprins en deze komt ons twee kommetjes brengen op zijn dienblad, daarin zit een soort gelei zien we. 'De eiwitrijke dril zonder eitjes zal u het verrukkullukste toetje smaken dat u ooit heeft kunnen proeven. Geniet ervan!'.

 

Dan verdwijnen de Kikkerprinsen weer en wij beginnen eerst maar eens met een slokje WaterValwater. 'O heerlijk', roep ik uit na één slok, 'dit Sprankelt werkelijk over en door en in mijn mond. Ik krijg er helemaal nieuwe PretEnergie van, of nee eigenlijk meer Geniet Energie. Jij dan Paard?'. Paard proeft ook en gaat net zo grijnzen als Koning Kikker. 'Dit is dus zijn geheime recept waarschijnlijk! Hoe blijf je grijnzen als een breedbekkikker! Haha, dat is een leuke ontdekking!', hinnikt Paard wat. Het grijnzen is echt heel erg aanstekelijk en we blijven het doen tijdens het eten. Paard eet het zo van de schaal en ik eet met mijn vingers. Lekker spul zeg, wel lange slierten, maar die slurpen we gewoon naar binnen en dan kauwen we het pas. Jammie. Tussendoor blijven we grijnzen, dus we doen er wel even over om te eten. We hebben een heerlijk plekje achter de WaterVal, die we zien Sprankelen en dan ook nog de Lichtjes boven ons van de VleermuizenOgen. Wonderlijk allemaal en toch ook weer zo gewoon.

 

 

lees verder deel 4