De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie
Home » Eigen werk » Verhalen » Het VogelParadijs
re-born-1.jpg

Het Vogel Paradijs

 

Ze lichten hun poten zacht verend, maar met kracht van de grond en sloegen hun vleugels uit. Langzaam, tegen de zwaartekracht in, ontstegen ze de vaste grond. De wind blies rustig de richting en de vleugels kwamen in balans met de glijdende lucht. De veren voelden sterk en krachtig, licht en flexibel, aan de enorme vleugels met een spanwijdte die niet zomaar te beschrijven viel. Op het oog leek het mee te vallen, maar dat was gezichtsbedrog, zoals ogen soms niet helemaal goed kunnen waarnemen wat er te zien valt.

De lijven leken te zweven aan de vleugels. De golfbeweging van vooruit gang ging soepel en het leek of er niets voor nodig was om deze beweging in stand te houden. Eenmaal hoog in de lucht was dat helemaal zo. Het ritme van de vleugels werd daar zo makkelijk dat er geen vliegkunst aan te pas kwam, hoewel op deze manier vliegen een ware kunst op zich was, dat was niet veel vogels gegeven.

De wind dreef hen over zeeën en landen van vruchtbare grond, groene oases van leven. Ze passeerden bergtoppen waar glinsterende rivieren hun wegen zochten naar de dalen van weleer.

Vanuit de blauwe lucht was het allemaal prachtig om te zien en ze genoten van hun reis.

De communicatie onderling was er eentje zonder geluid. Dat hadden ze niet nodig. Ze wisten waar naar toe en ze volgden hun innerlijke leiding, zoals ieder voor zich deze had ontwikkeld. Wel wisten ze van elkaar en voelden aan dat de reis dezelfde richting op ging en dat het reisdoel zonneklaar was.

Rustpauzes waren niet nodig, ze vlogen in balans, daardoor verloren ze geen energie. Bovendien gaf het reisdoel al energie, want ze voelden die energie op grote afstand. Het gaf hen alles wat ze nodig hadden.

De reis was bovendien ook veel korter dan ze zouden kunnen bedenken, want ze kenden immers de weg en hadden al een behoorlijk weg afgelegd, voor ze werkelijk vlogen.

Boven de horizon zagen ze het verlangen in alle kleuren voor hen opdoemen, ze bleven in alle rust doorvliegen met hun prachtige vleugels die de kleuren weerspiegelden van hun levens door de kleuren van verlangen heen.

Dichterbij het verlangen met de kleuren zagen ze het sprankelende van de geest zelf. Even klopten de harten sneller bij het zien, maar de rust keerde daarin toen het dichterbij kwam en de harteklop ging over in opperste verwondering, want zo mooi hadden ze het niet durven geloven. Hoewel ze innerlijk wisten, maar ook vogels kunnen niet zo maar iets geloven voor het waar is.

Ze vlogen nu recht op het Vogel Paradijs af en vlogen midden in de golvende kleuren van waarheid.

Hun vleugels hoefden nu niets meer te doen, ze hoefden alleen maar te drijven op de kleuren en de heerlijke warmte van de gloed van herboren zijn.

In beheerste vaart voelden ze de landing aankomen en ze strekten hun poten om het glooiende landschap aan te raken. De landing van het aanraken van de grond was een waarneming op zich. Bij de eerste aanraking trok het goud en zilver door hun lijven en ze werden daardoor verwelkomd als nooit tevoren in een hemelse omhelzing met de aarde.

Hun ogen moesten wennen aan zoveel moois, een zo'n mooie omgeving die geen beschrijving kende als wat ze kenden vanuit een adembenemende goedheid.

Ze trokken hun vleugels in en weldra hipten ze voorzichtig over de grond die nieuw was voor hen, maar ook zo bekend vanuit hun dromen.

Aldaar was het zuiverste water en ze dronken een enkele slok, alleen voor de ervaring, want dorst was er niet. Net zo min als trek in voedsel. Het was niet nodig, wel aangenaam om uit te proberen. Het water was zo verhelderend voor de lijven dat ze merkten dat ze nog sterker werden en een enkele bes uit één van de vele struiken en bomen was ook voldoende om totaal onverklaarbaar het lijf te verlichten tot een lichtere vorm van wie ze ooit geweest waren.

Toen kwam de begroeting.

Een andere groep vogels verscheen in hun midden, zonder dat ze het opmerkten door welke vliegbeweging dan ook. Ze waren er ineens.

De herkenning en de erkenning deed alles openbreken wat er nog opengebroken mocht worden, al was dat weinig. Een warme thuiskomst was hun deel en de groepen verplaatsten zich gezamenlijk naar een gezichtspunt van waar het nog beter toeven was. Ze waren er in het ogen blik van doen en denken en de gezamenlijke kracht.

De gehele groep werd snel één, zowel de nieuwelingen als de ingeborenen. Informatie werd razendsnel uitgewisseld op een niveau van trilling, niet van de lucht, niet van het licht en ook niet van de wind. Het was er gewoon zomaar.

Ook de taken werden makkelijk verdeeld, want er was wel wat te doen, want de luchtbruggen zouden moeten worden gemaakt, de verblijven gereed voor meer vogels en daarbij de voorzichtigheid van handelen in alle opzichten, zoals ze inmiddels geleerd hadden.

Want het Vogel Paradijs was natuurlijk geschapen voor de Paradijs Vogels die alle kleuren kenden en bekenden, zoals de Natuur dat had bedacht, volgens het Goddelijk Plan, zoals ook dat bedacht was door diezelfde Paradijs Vogels in het Vogel Paradijs.

En ze leefden nog lang en gelukkig in opperste verwondering over zoveel schoonheid in natura, toen alles klaar was zoals het was en moest zijn.

 

ByNature@Petra 19-11-2014