De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie
Home » Eigen werk » Verhalen » Terug naar de Bron

'Boek' van Geen Idee, of wel Terug naar de Bron

Voorwoord

Na het voor de zoveelste keer te horen hebben gekregen dat ze een 'boek' BeHoorde te schrijven en ze merkte dat ze zich aldoor liet afleiden, dacht ze eindelijk: 'Ok, dan ga ik me maar eens VerBinden met de Schrijfkamer'. En dat deed ze.

Het is een kamer ergens in een wereld die ze wel ziet, wel voelt, maar die ze nog nooit in de materie had gezien. De kamer in haar hoofd misschien, daar waar ze gewoon kon zijn wie ze was en is.

Het is een kamer waar AlTijd Zacht ZonLicht naar binnen stroomt. De grote ramen aan WeersZijden van de Schrijfkamer staan altijd WijdOpen, de vitrages zijn ragfijn en bij de kleine zuchtjes wind die er zijn glijden ze in vertraagde beweging langs het kozijn heen en weer als een Streling van de zachtste zijde.

Er staat een notenhouten bureau onder het ene grote raam, zo blinkend als een spiegel en als je het aanraakt voelt het als fluweel. De geur van noten is waarneembaar, als noten in de dop. Fris, helder, maar met een belofte van vol van Smaak.

Vellen wit papier liggen te wachten naast de pen met Oneindige inkt, waarvan ze weet dat deze vloeiend schrijft als deze eenmaal begonnen is.

Ze kijkt de Schrijfkamer rond en ziet haar bed staan. Een notenhouten bed, zoals het bureau. Witfrisse lakens op het bed, gemaakt van een luchtig satijn lijkend op linnen. Prettig en weldadig aan de huid. Geen dekens, geen dekbed nodig, de temperatuur is gewoon zo aangenaam dat deze niet dienen, geen moment van kilte te bespeuren. Een gevoel van altijd warme lente. Alles Fris, Helder, groen geurend, veel Zon in alle Eenvoud. De eenvoud die zich ook laat zien in het gewelf dat het plafond beslaat. Een simpel gewelf, waar in het hoogste punt een rond raam is geplaatst, zodat de SterrenHemel 's nachts naar binnen schijnt. Op het wit van de muren geeft dat een prachtig schijnsel en de gedachte aan het gevoel van nooit alleen zijn, waardoor het nooit donker is. Al die lichtjes in de nacht die schijnen zijn net zo mooi als overdag de zonnestralen. Beide Vormen van Licht even intens, maar anders en fijn voor de afwisseling.

De enige stoel die in de Schrijfkamer staat, neemt plaats bij het bureau. VerPlaatsBaar als ze zou willen. Als ze zou willen naar iedere plek in deze kamer, makkelijk schuifbaar over de notenhouten vloer die net zo zacht en glad is als het bureau en het bed, Al Het Hout van hetzelfde materiaal. In het midden van de vloer ligt van datzelfde Hout een 8 kantige Ster, door de Vorm zichtbaar, maar totaal overgaand qua oppervlakte gevoel in de rest van de vloer die eenvoudige lijnen bevat van de planken waarvan ze gezaagd waren.

Haar ogen gaan terug van de vloer naar de stoel. De stoel staat altijd waar deze staat. Bij het bureau, een onlosmakelijk tafereel van Stilte als in een Stil Leven. Ze zou zo plaats kunnen nemen, haar benen onder het bureau schuiven, de pen oppakken en de witte vellen beschrijven met wat er te schrijven valt.

Maar ze is nog niet zover en ze heeft ook nog geen idee wat dan te schrijven. Ze kijkt rond naar wat er verder is en ziet de lage brede vensterbank bij het andere raam met de kussens erop van dezelfde Stof als de lakens. Haar mijmerplek, haar inspiratieplek, haar gewoon naar buiten kijk plek. Een heerlijke plek, haar favoriete plek zelfs in het Bestaan van de Schrijfkamer.

Ze loopt er naar toe en neemt plaats in de lage brede vensterbank, de kussens schikkend zodat ze aangenaam kan zitten en naar buiten kan kijken.

Het UitZicht is Immer Prachtig. Een glooiende heuvel met bloemen in de mooiste kleuren, een natuurlijke vijver waarin ze de vissen kan zien zwemmen in soorten en maten, de vijverplanten, het zacht wuivend riet. De bomenrij van het bos daarachter. Alles in zachte pastelkleuren afwisselend met felle heldere kleuren die zijn weerga niet kent. Een plaatje als een schilderij en ze kijkt er naar. Al zoveel jaren dat ze hier zit. Soms zat ze er zonder te kijken naar al die prachtige stilte en soms kon ze haar ogen er niet van af houden. Het verschil tussen waar nemen en waarnemen. Een observatorium eerste klas die werkte van Binnen naar Buiten en weer andersom. Vermengd met alles wat er was wat niet in het zicht van de buitenkant was, alleen maar van binnen. Soms gouden tijden van heerlijk schrijven en dan tijden weer van niet, want de eenzaamheid knaagde soms of er waren andere dingen die de aandacht opeisten, zoals er altijd wel iets of iemand die uiteindelijk kwam met eisen. Het pakket van geen Vrijheid vanuit de Ziel.

Ze slaakte een zucht en liet haar tranen rollen over haar wangen. Ze wist dat het goed was. Een zucht maakt je hersenen weer vrij en een traan zuivert het lichaam van diep verdriet om daarna weer een prettig gevoel te hebben. Ze voelt zich dankbaar dat ze die tools onder de knie heeft kunnen krijgen. Een wereld van verschil geeft dat als het nodig is. De wereld van het om- en inkeren van binnen naar buiten, het Uit Dragen van het verschil. Het verschil waarvan ze zo lang niets begreep dat niet iedereen dat had. Het verschil dat uiteindelijk ook zo verschillend bleek van anderen die het ook wel hadden. Maar dan nog was het niet hetzelfde. En dat was ook ok, want dat gaf nog meer om te Zien en te BeLeven als ze van Binnen naar Buiten ging bij het verlaten van de Schrijfkamer. De Wondere Wereld van het Rijk der Zielen. En Rijk waren ze. Van Binnen dan.

Ze overpeinsde de Zielen die ze had mogen Zien. Diep van Binnen. Een glimlach, nog meer tranen en het loslaat gevoel van handen die telkens ontglipten, omdat de Zielen hun Eigen Binnen nog niet hadden gevonden. Wie wel trouwens, zij wel soms? Ze wist het niet. Niet of nooit of was dat weer een fase waar door ze weer in de volgend fase kwam. Geen idee meer.

Het gevoel van onmacht kwam weer eens om de hoek van haar Hart kijken en ze keek terug. Dat Hart van haar. Soms wilde ze dat wel hardgrondig vervloeken, maar dat hadden anderen al genoeg gedaan. Dat wilde ze zichzelf zeker niet meer aandoen, want ze kende haar Hart als geen Ander. Haar Hart wat Altijd luisterde naar haar Ziel, omdat ze wist dat haar Ziel de Sleutel had om tot iets te komen zoals het Uitzicht van de Schrijfkamer. Voor IederEen die dat zou willen. Maar het leek wel of niemand het zou willen, het Immer Prachtig UitZicht. Ze wist dat achter de HoriZon van het Immer Prachtig UitZicht nog meer moois lag verborgen, maar ze ging er niet kijken. Weten was genoeg voor Nu en van Al Heel Lang Daar Voor.

Waarom ze niet ging kijken had de reden dat ze wist dat dat nog niet de bedoeling was. De reden van Bijna Eeuwig Geduld. En de bedoeling dat er meer Zielen mee zouden mogen gaan. Het was haar gevraagd daarvoor te zorgen en dat deed ze. Dat waren ook de tijden dat ze niet in de Schrijfkamer was. De tijden dat ze haar rol moest vervullen van ZieleOpdracht om tot de ZieleWens te komen. Inmiddels ook haar ZieleWens overigens, want lang was er ook geen idee dat er een gezamenlijke ZieleWens was en weigerde ze deze zelfs te leren kennen. Waarschijnlijk omdat ze wist. Wist wat haar te wachten stond. Lange adem, zeeën van geduld, nog meer gevoel van onmacht, zwemmen tegen alle stromen in, verzuipend tot aan de dood en dan weer opstaan alsof het de normaalste zaak van deze wereld was. Telkens weer en nauwelijks een hand om zelf naar uit te strekken die haar af en toe op het droge trok. En dan had je ook nog eens totaal verkeerde handen, handen die haar eigen handen van haar af wilden trekken, handen die haar weer in de maalstroom doen willen belanden of handen die haar lieten glippen, omdat ze geen idee hadden van wat ze vasthielden. En toch had ze het allemaal wel gedaan.

Nu besloot ze dat ze er geen zin meer in had. Ze vond dat het maar klaar moest zijn. Teveel, te hard werken was het niet meer waard. Of misschien nog voor een enkele Ziel die echt kon voelen, zien, weten. Verder niet. Genoeg was genoeg. Ze verlangde naar de Zon, naar Buiten de Schrijfkamer en naar het Immer Prachtige UitZicht. Desnoods in de Eenzaamheid van de Afwezigheid van Zielen in de menselijke vorm. Haar best doen was meer dan op, al deed ze alsnog haar best, omdat ze nog geen knopje had om uit te zetten. Waarschijnlijk ook een programma dat in haar draaide om haar tegen te houden om niet gewoon over te stappen naar het Immer Prachtige UitZicht. Die programma's toch. Ontelbaar waren ze geworden en telkens als ze weer eentje had opgespoord, verwijderd uit haar systeem, dan kwam er weer wat anders tevoorschijn. Eerst weer iets heel moois, waardoor het Immer Prachtig UitZicht ook weer helderder waarneembaar was, maar daarna net zo goed weer een programma, waardoor ze telkens weer de Schrijfkamer in moest duiken om het programma voor het Immer Prachtig UitZicht te herschrijven. Nimmer had ze daar moeite mee, want het was voorheen altijd fijn om te doen, maar ze was moe. Te moe? Ze wist het niet. Ze wist gewoon niet meer of het nog zin had. Voor wie, voor wat? Voor haar Zelf Alleen? Misschien was dat het wel. Dat ze het zichzelf maar meer moest gunnen dan waarvoor ze het deed. Misschien was dat wel het grootste programma wat haar Hart en Ziel deed lijden. Een pijn van witte vellen leeg papier, een verdriet dat ze niet op kon lossen, al kon ze van zichzelf gelukkig zijn. Misschien lag daar wel de Sleutel.

Ze besloot dat ze de pen dan maar weer zou oppakken. En luisteren naar wat de Ziel zei, wat het Binnen naar Buiten wilde brengen. Zoals AlTijd. Dat dan weer wel. Zoals ze AlTijd had gedaan, verstand uit, blik op oneindig en je taak uitvoeren. Een slavengedrag op zich bedacht ze met een flauwe glimlach. Ze wilde haar blijheid terug. Voor eeuwig zweven in de lucht waar misschien ooit anderen zouden zijn. Misschien was zij dan ook wel weer weg. Zoals alles vLuchtig werd in het Leven. Zo was ze ergens en dan weer niet. Rakelings scherend langs het Hart van een Andere Ziel, veelal zo Pijnlijk, omdat het niet blijvend was, de vergankelijkheid van de Oude Aarde. De Oude Aarde, waar ze nooit paste en nooit zou willen passen ook. Maar telkens brak haar Hart van Al die Liefde. Al die Liefde die zij gaf en de ander misschien ook, maar wat nooit voelde alsof het Gelijk was, dezelfde frequentie. Andere golflengtes passen niet als blijvend geheel, al had ze geprobeerd alle golflengtes in haar Ziele zelf te verzamelen. Misschien was het ook wel teveel, dat het daarom niet kon. Ze wist het niet, nu niet en nooit niet of misschien ooit wel. Hoeveel moest ze nog reizen, hoe moe moest ze nog worden of wat moest ze doen of juist niet doen?

De kussens in de lage brede vensterbank namen haar lichaam op en omhulden als Tedere Armen van wit Licht. Ze herkende het Gevoel van gemiste kansen hierin, voornamelijk van Anderen, maar liet zich dieper zakken. Ze sloot haar ogen en ze wist als ze ze weer zou openen, dat de Pen haar aan zou staren en ze deze voor een laatste keer op zou pakken tot alle witte vellen beschreven waren. Desnoods zou ze de witte muren nog beschrijven, de lakens en de kussens. Tot er geen letter meer was die nog een plek kwam opeisen vanuit de Schrijfkamer en ze de Schrijfkamer uiteindelijk zou verlaten om door het raam te stappen. Naar Buiten om nooit weer naar Binnen te gaan, omdat het niet meer hoeft. En om voor AlTijd te gaan genieten van het Immer Prachtig UitZicht.

 

 

 

ByNature@Petra 15-10-2016

 

Lees verder