De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie

Terug

Ver Volg 1

 

Ze deed haar ogen open na een slecht slapen nacht. Ze had niets van de sterren gezien, wel vele druppen glanzende tranen aan de binnenkant van haar ogen, die ze over haar huid voelde stromen. En soms had ze gedachten gehad. Opkomende gedachten die weer wegwaaiden als ze verder wilde denken. Er was alleen verdriet, zo diepgaand zoals in het begin. Ze wist het. Ze had alles gedaan om er wat aan te doen en ze wist nu dat niets had geholpen. Ze wist ook dat ze niet in dat diepgaande hoefde te gaan, want het lag al zo lang aan de oppervlakte. Ze kon er zo ook wel bij. Ze liet de tranen komen en weer gaan, als een getijde van eb van vloed. Ook bij het ontwaken waren ze er weer. Ze liet het zijn, zoals het was, omdat het zo is.

Voor het eerst in al die jaren sloot ze langzaam de grote ramen. Eerst die van de lage brede vensterbank waar ze had gelegen die nacht. Daarna liep ze langzaam naar het bureau en sloot het raam daarboven ook. Zachtjes deed ze wel, hoewel ze van binnen de klap voelde die eigenlijk hoorbaar zou moeten zijn. Maar daar kon het raam niets aan doen, dus sloot ze ze zachtjes, de klik van het sluitstuk ook nauwelijks hoorbaar voor de oren, maar van binnen des te luider. Daarna schoof ze de vitrages voor de ramen. Het ZonLicht gefilterd. Ze kon deze nu niet hebben aan haar ogen die de oproep van de Pen zag liggen.

Ze schoof de stoel naar achteren en ging langzaam zitten. Haar benen onder het blad van het bureau weggestopt van even niet lopen. Ze schoof weer aan. Haar handen leggend op de lege witte vellen papier. Ze wilde niet over het hout strijken, ze kon deze zachtheid nu niet aanraken, want ze zou breken om zoveel schoonheid te voelen en de Pen lag te wachten. Bovendien kende ze de Schoonheid Al.

Ze pakte de Pen met haar linkerhand en legde het in haar rechterhand. Haar hand zou bijna branden van het Licht dat vrij kwam, maar ook dit wist ze inmiddels en ze schrok er niet van, het deerde haar niet, ze zette het om in warmte en liefde. De Liefde die ze aansprak vanuit haar zelf evenals de Warmte. Ze ging haar Binnen Wereld In.

Ze stapte eerst wat verdwaald rond. Waar zou ze beginnen en wat moest ze hier eigenlijk doen? 'Niks' was het eerste wat haar te binnen schoot. Ik hoef hier niks, alleen maar zijn en zitten. Ze zocht een hoekje in het Binnen waar het veilig, geborgen voelde. Stil en donker. Ze ademde in en uit en voelde zich Thuis. Ze sloot haar Ogen weer, terwijl ze tegelijk starend voor zich uitkeek. Zo'n gewaarwording die ze van allerlei kanten kon bekijken, want evengoed kon ze nu van buiten naar dat binnen kijken. Perspectief genoeg. Maar ze wilde even niets zien. Haar Ogen zochten Rust. Misschien omdat ze zoveel had gezien. Misschien omdat het gewoon Tijd was om dit te doen. Terug naar het Zijn. Niets meer en niets minder. Ze wist dat ze de Pen vast hield, dat er geschreven wilde worden, maar ze liet de Pen vallen in haar schoot. Het zou er wel blijven liggen zolang zij daar zat in dat Binnen.

Ze voelde de grote Leegte die inmiddels geruststellend was geworden. Niets Zijn, niets willen, niets. Een groot gapend niets van Leegte. Niets om op terug te vallen, niets om van weg te lopen, niets om te geven, niets om te delen. Niets in de Leegte. Ze zou hier blijven tot het niet meer nodig was. Al zou het dagen, weken, jaren, eeuwen duren. En misschien was dat al die tijd al wel zo. Ze dacht even aan het gedicht dat ze ooit eens schreef:

Telkens draaiend aan de Bal met Kleurtjes

Lichtjes aan het ToverPlafond

Zoete Mane Geurtjes

Tellen van Eén tot Honderd

En weer Terug

Lig ik stilletjes op mijn Rug

Mijn Ogen te Sluiten

Kijkend naar het Wonder Weer

In de Binnenkant van Mijn Hoofd

Achter het Fluister Gordijn

Zo Fijn om daar te Zijn

Helder kleurend geurend

GroenisGras in Liederlijke BosGeuren

Mag ik blijven Mag ik blijven

Spring ik in Koor met de Dansmajoor

Tot dat De Sleutel van het Deurtje

Draaide en mij weer naar

Buiten liet

Ze zuchtte nog eens en bekeek met haar ogen dicht nog een paar gedichten. Ze verwonderde zich nog altijd om de teksten. Waar kwamen ze vandaan, waar gingen ze naar toe? Boekjes vol had ze geschreven, vragen en antwoorden op en over het Ritme van het Leven. En AlTijd ging het over Liefde. Of iets waarvan ze dacht dat het er op leek. Maar achter al die woorden zaten weer woorden, en daarachter nog meer en ze wist dat al die woorden nooit zouden rijmen met het gevoel van Liefde. Al wist ze ook niet of ze het gevoel van Liefde echt kende, want telkens kon het meer zijn of minder. Lag er aan hoe ver of dichtbij ze bij haar zelf was. In haar eigen Binnen was de Liefde Stil. Op dit moment. Ze wist ook dat er momenten konden zijn van onstuimige, onrustige Liefde, uitzinnige, blije Liefde, afkeurende Liefde bestond zelfs. Genietende, intense Liefde. Volgens haar was het allemaal Liefde, al wist ze het nog steeds niet zeker. Het was alsof er altijd nog iets miste. Een schakel die ze niet kon vinden, als die er al was. Zo vreemd soms. Had ze deze schakel zelf niet, van binnen? Ze ging vanuit de Leegte op zoek. Weer het Binnen in. Ze wandelde daar rond en opende de miljarden deurtjes, sommige zo bekend, anderen nog onwennig, velen ontmoet, af en toe iets voor alleen een snelle blik en weer anderen om lang bij stil te staan. Sommigen kon je na verkenning beter dicht laten en nooit weer open doen. Bij sommige deurtjes wist ze aan de buitenkant al wat er binnen was. Dan legde ze haar hand op die deur en sloot haar ogen, en de geest achter het deurtje wist haar dan te vertellen wat er achter lag. Er waren ook deuren waar van ze lang naar de sleutel moest zoeken of moest proberen deze anders te ontsluiten. Er waren ook die niet open wilden, nu niet en nooit niet. Waarom wist ze niet. Of niet meer. Misschien hoefde dat ook niet. Of niet meer.

In ieder geval had ze zoveel deuren geopend dat ze eigenlijk van zichzelf vond dat ze moest weten en voelen wat Liefde was en is. En toen ze goed voelde kwamen de tranen weer in golven. Natuurlijk wist ze dat, natuurlijk voelde ze dat. Hoe kon ze daar over twijfelen. Haar Binnen kon niet liegen, al deden anderen haar wel eens twijfelen. Anderen. Wie waren zij eigenlijk? Toch ook altijd iets of iemand met zoveel deurtjes? Alleen waren daar zoveel deurtjes gesloten had zij begrepen. En het gekke was, dat als ze iemand tegen kwam waarvan ze dacht dezelfde deurtjes open te hebben, dan was dat ook vast wel zo, maar meestal ook waren er ook nog dezelfde deurtjes gesloten. Heel apart.

De kunst was dan bij jezelf de gesloten deurtjes te vinden en deze bij jezelf te openen. De ander mocht dat dan bij zichzelf doen als die zou willen. Inmiddels wist ze ook dat het echt een kunst op zich was en eigenlijk topsport van de bovenste plank. Ze wist ook dat ze daarom zo moe was. Door het openen van al die deurtjes bij zichzelf. Ze verlangde gewoon naar een grote open deur waardoor ze zo doorheen kon stappen. Een deur waar met grote letters Welkom op stond. Welkom omdat je bestaat, Welkom omdat je er bent, Welkom omdat jij jij bent.

Zou zo'n Deur bestaan? Ze had er altijd over gedroomd en gewenst. Ze was er altijd mee bezig geweest in alles wat ze deed. Aandacht en Liefde. Enthousiasme en doorzettingsvermogen en nog zoveel meer. De intensiteit van Liefde was Binnen enorm aanwezig. Daardoor ook de pijn om Buiten te zijn, de afwezigheid te voelen. De gesloten deurtjes. De voor eeuwig op slot deurtjes.

Ze zuchtte nog eens. Ze had er voor haar zelf zoveel mogelijk aan gedaan om alles te openen. En ja, ze had zelfs anderen geholpen daarin. Deurtjes zoeken en openen. Maar ook daar was ze moe van. De mensen werden boos van het openen van deurtjes en wilden die boosheid dan achter haar deurtjes leggen, maar dat kon niet wist ze. Helpen met openen en daardoor opruimen kon, dat had ze dan ook lang gedaan, maar ook dat was nu te veel geworden. Ze kon het niet meer. Het was allemaal gewoon op. Ze had alles gegeven wat ze had en niets meer over. Een vreemde gewaarwording van de buitenkant. Van Binnen was dus veel aanwezig en open. En ze zag ineens dat doordat alles openstond iedereen ook bleef dumpen van waar ze zelf niks mee wilden. Ze wist wat haar te doen stond. Alle deuren onmiddellijk sluiten, net zoals de ramen in de Schrijfkamer. En dan niet in de zin van Op Slot draaien, maar gewoon rustig dicht houden. En ze wist daardoor ook direct dat diegenen die de deuren ook hadden geopend, maar deze ook weer gesloten hadden zonder slot, zouden weten, zouden voelen. Daar hoefde ze niets meer voor te doen. Fijn om dit te weten, het gaf nog meer Rust en ze kon weer in de Leegte. De Leegte van Niets. Tot het volgende kwam.

Na een lange Leegte kwam het volgende op.

Hoe kwam het dat ze zich zo Thuis voelde bij zichzelf en nergens echt welkom was? Waren er dan geen andere mensen die zoveel deurtjes geopend hadden als zij? Ze had haar best gedaan zoveel mogelijk mensen de deurtjes te laten openen van zichzelf, maar het leek niet genoeg te zijn, want ze werd nog steeds verguisd en verketterd. En het leek alleen maar erger te worden. Zo onwelkom als op dit moment leek wel van de ergste soort, ondanks en dankzij haar Liefde waarvan ze wist dat het bestond. Natuurlijk wist ze het allemaal wel, ze kende het grotere plaatje immers. Allemaal andere tijdslijnen die kriskras door elkaar gingen en voor een enorme chaos zorgden. Ze had de oplossingen ook al lang begrepen, maar het ging langs de mensen heen. Ze konden haar niet volgen. Dus zat ze nu ijskoud in haar Binnen. Te wachten op de Sprong die haar zou verlossen van alles. Ze wilde dat het zover was, want het was zo moeilijk vol te houden. Geen aansluiting, ook al leek het soms van wel. En ja ze wist dat aan het einde alles wel goed kwam, maar waar was dat einde? AlTijd ook een nieuw begin, en dit keer zou het echt een nieuw begin moeten zijn. Maar de twijfel rees ook bij haar. Wat als het niet genoeg is geweest? Wat als.. ze wilde het niet toelaten, maar het was wel binnen gesijpeld, ze kon het niet ontkennen, want ze had al weer zoveel opgemerkt. De stemmen die haar vertelden wat ze gingen doen. De gedachten van de mens. Zo makkelijk soms om op te pikken en de meesten wisten zelf niet eens wat ze deden, zeiden. Maar zij hoorde ze, ze voelde ze. En telkens schrok ze weer. Waarom ging dat ook niet over en wat kon ze nog doen met de weinige middelen dan alleen haar zelf? Zodra ze zich dat weer besefte werd ze weer zo moe. Zo moe van alles. Zo moe van haar best doen en zelf telkens weggezet worden in een hoek vol eenzaamheid en kilte. Logisch dat ze haar Binnen wilde opzoeken als het weer zover was. Waar kon ze anders terecht? Ook daarvoor moest ze bij haar Binnen zijn. Daar lagen de antwoorden. Keer op keer.

Ze voelde zich duizelig worden en sloot haar ogen weer. Gewoon Binnen Zijn, iets anders kon Nu niet. Met het sluiten van haar ogen konden haar hersenen in ieder geval weer verwerken wat er verwerkt moest worden. Weer een rits van oude dingen die omgekeerd mochten worden, opgeruimd of wat dan ook. Ze wist dat ze gesprekken voerde met deze of gene, maar met wie precies en waarover was soms wel en soms ook helemaal niet duidelijk. Als het maar gebeurde, want met het opruimen kwam er weer ruimte voor iets anders. Zo werkt het menselijk systeem nou eenmaal.

De laatste jaren kon ze dit goed up tot date houden, maar sinds de bizarre reis liep ze gewoon achter zichzelf aan was haar gevoel en ook in alles wat daar nog weer op volgde. De verwerkingsprocedure was gewoon iets wat nodig was om verder te kunnen. Zo werkte dat bij haar.

Na twee dagen breinactiviteit was haar lichaam aan zet. De energieën van het laatste jaar waren weer ergens opgeslagen in haar lijf wat zo pijnlijk was, dat ze even dacht dat ze dit deze keer ook weer niet op kon lossen. Maar dat kon ze wel. De verschrikkingen zichtbaar en voelbaar in haar lijf, deed haar vragen aan haar Binnen wat ze hier aan kon doen en de antwoorden kwamen. Dus deed ze wat moest doen, wat ze kon doen. Gelukkig dat de pijn hierdoor bijna direct wegebde en dat haar lichaam niets meer hoefde te manifesteren hierin dat een lange oplostijd nodig zou hebben. Bijslapen en verder rusten was het enige.

Na het bijslapen kon ze haar hersenen ook weer aanpassen en de bedrading zo anders maken dat het lichaam hier geen last meer van zou hebben. Ook dat ze helemaal geen pijn meer hoefde te hebben. Ook dat energieën niet meer deze vat op haar zouden hebben. Het waren vernietigende energieën en deze energieën belemmerden in haar creatie kracht. Dat kon niet meer. Nu niet meer en nooit niet meer. Ze was immers geboren om te creëren. Creëren van de wereld van verschil in Eenheid. Die wereld waar een ieder mag zijn wie die werkelijk is en waar een ieder de eigen ontwikkeling mag doorgaan, zonder tot last te zijn van wie dan ook. Misschien een Utopisch idee, maar zo zag zij het en zo wist zij het omdat ze dat nog wist. Lang voor haar BewustZijn een stoffelijk Lichaam aannam. Lang voordat haar BewustZijn was vervaagd in de zwaarte van de materie. De materie welke een programma was, zoals die vele programma's om het BewustZijn weer aan te sporen Zich Zelf te gaan zoeken, te ontginnen. De Essentie weer vinden. De Essentie van het Goddelijke. En het helpen HerInneren van Anderen die Essentie ook weer te vinden. Om Samen vanuit de Chaos van de Zwaarte weer Harmonie te vinden in het Lichte.

Wat een klus was dat toch. En het meest moeilijke was om dat ook Samen te Doen. Een enkeling had een flauwe notie van wat er werd bedoeld. Gelukkig was zij AlTijd met de enkeling, dat dan weer wel. Ze mocht zich op dit moment dan ook wel heel gelukkig prijzen dat de enkeling nu in mannelijke vorm op haar Pad was gekomen en dat zij in ieder geval Samen begrepen wat de bedoeling was en is. En ja, ook zij mochten Samen de Broncode kennen, maar ze wist dat ook zij Samen mochten kalibreren naar een Totale Eenheid en wat er dan kwam wist ze ook niet. In ieder geval was dit Samen heel anders dan andere samens. Her en der een bobbel, maar goed te doen vond zij.

Het kwam ook door alle ervaringen daarvoor. Vooral het stuk van de bizarre reis zorgde ervoor dat ze de waardering voor de mannelijke Essentie van het donkerste tot het lichtste helder kon zien. Daarbij genomen de andere ontberingen en hard gelach, de verliezen in geld en materie, het naschoppen en de bedreigingen, de vloeken en het ontstijgen van de dood en zo nog een rijtje van zaken waar ze ook naar keek met het gevoel van onwelkom zijn. En toch was ze er. Telkens weer, na iedere dood en ook na deze laatste dood.

Wat is een mens toch een sterk iets. De Essentie van het Aardse Lichaam en de Kosmische Geest als Eén BewustZijn wat Helder maakt en Telkens weer doet Creëren voor de Goede Orde van het Goddelijke Plan. Dat zou je nooit kunnen bedenken. Dat Goddelijke Plan moet je helder worden vanuit De Bron, anders is het slechts een vage gedachte, een bedenksel zonder Hart en Ziel en dat zal nooit LevensVatBaar Zijn. En ja, ze had ook ervaren dat als je met het Goddelijk Plan aankwam vanuit Hart en Ziel er lieden waren die dat Goddelijke Plan om zeep wilden helpen en op manieren waarvan je ook niet had kunnen bedenken dat die manieren er waren. Ze zou er zelf nooit op komen in ieder geval. In ieder geval wist ze dat het op vele manieren gedwarsboomd werd en misschien was dat ook juist wel de stimulans om door te gaan. Het Hart nog meer open en de Ziel nog verder ontwaakt. Hoewel ze nou niet de indruk had gehad dat het voor de bizarre reis niet zo was.

Wel was het zo dat ze door de bizarre reis wel velen heeft kunnen bereiken die eerder niet bereikbaar waren. Velen waarvan ze wist dat ze belangrijk waren om tot dat Goddelijke Plan te komen en die niet vergeten mochten worden. Daar dan ook weer ontdekken dat niet iedereen nog het Hart en de Ziel heeft om op volle toeren verder te gaan, maar wel op weg. Zonder haar. Altijd pijnlijke aangelegenheden ook, ook omdat ze dan de klappen van de zweep weer moest ondergaan en dat was ook weer tot energieën gebracht die haar ondermijnden. Sommige energieën vinden het nou eenmaal niet fijn te moeten vertrekken uit dat lichaam, want ze konden zo fijn nestelen en de mens onbewust houden, de mens uithollen, de mens uit het Goddelijke Plan halen, bij het Nieuwe Manifest vandaan houden.

Vandaar ook de moeheid wist ze, haar best doen en alles wat ze deed. En ja, de moed dan echt soms in de schoenen hebben, al zou die schoenen zo graag voor altijd willen verlaten. Blote voeten in het warme zand zouden prettiger zijn.

Afijn, dat allemaal terzijde. Het kon opgeborgen worden. Net als andere ervaringen de pijn er uit en de zaken die er toe doen bewaren. Dat was allemaal Essentie. Onderdeel van de Essentie. Onderdeel van het Stappenplan binnen dat Goddelijke Plan.

Maar nu? De Pen lag nog steeds op haar schoot toen ze haar ogen opende. Nog geen letter op het papier.

Moest ze schrijven over de Nieuwe Aarde die bezig was te ontstaan? Over alle nieuwe energieën die binnen komen en alle Nieuwe Aarde Grids die zich langzaamaan zouden manifesteren? Daar had ze al zoveel over geschreven immers. Bovendien verzorgde ze de meditaties om dit in het BewustZijn van de Aarde te laten binnenkomen en in het BewustZijn van de Mens. Dat ontstond gewoon en dat was toch ook al de Creatie? Daar hoefde je niet voor te schrijven, want dat was een kwestie van werken met de Energie.

En dan hoort ze het.. Handleiding voor het Nieuwe Kosmische BewustZijn.

Wat? Nou dat! O, ze krabde zich wat op haar hoofd, snoof eens wat frisse lucht in en dacht.. ja maar.. en alle toeters en bellen begonnen te rinkelen en intussen begreep ze er helemaal niks van.

Daar kon ze het dan mee doen voor eerst en de Pen dan maar laten schrijven. Ze ging er maar eens voor zitten dan.

ByNature@Petra 17-10-2016

 

 

Lees verder