De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie
Home » In Verbinding Met JeZelf
fractal-universe.jpg

 

De omweg van bezinning. De weg van vertrouwen. De weg van de ommekeer zoals het altijd al was. Terug naar wie je bent. De Herinnering van het Zelf.

 

Hieronder een voorwoordje van mij, geschreven in 2009, maar al veel langer onderweg toen ik het schreef. Nu is het, volgens de bedachte tijd, april 2015 en ik ben nog steeds onderweg. In het Leven. Samen met De Verwonderingen, In de Verbindingen met Alles wat Is. Het Leven gaat Al-Tijd verder. Lang Leve het Leven in Pure Vrijheid en Verbinding vanuit de Liefde die zo groots is.

 

 

 

Verbinding met jezelf, met alles om je heen.. hoe dan, wat dan?

 

 

Een heleboel dingen van de afgelopen tijd komen bij elkaar in mijn hoofd en dat probeer ik er uit te schrijven.

 

Ik begin met een indruk die ik kreeg door mijn eigen babyfoto te nemen en in een bepaalde staat van zijn naar die foto te kijken, dit deed ik al een hele tijd geleden overigens.

De herinnering is in feite niet te beschrijven in woorden, want die kende ik toen niet, toch probeer ik het te beschrijven.

 

Ze ontdekt en ervaart.

Onophoudelijk glijden haar mollige baby vingertjes over het tapijt, nu zou ze de kleur van het tapijt benoemen als bontpaars in licht en donker. Toen wist ze niks van kleur en ging alleen maar op in het voelen en zien, de kleine bobbeltjes die samen een grote bobbel vormden, en daarna was er een weer een vlak stukje, ook bestaand uit bobbeltjes maar dan anders. En ja die kleuren, die ook weer gevormd werden door die bobbeltjes, elk bobbeltje was eigenlijk een lusje en aan dat lusje kon je dan ook met je vingers trekken, en er zelfs doorheen kijken als ze er goed voor ging liggen.

Dan keek ze af en toe op en zag het gehele paars-achtige oppervlak dat de hele woonkamer bestreek, soms onderbroken doordat er iets van een meubelstuk stond.

Zo ontdekte ze ook de gordijnen voor het raam. Witte stof met gaatjes, soms grote gaten soms kleine gaten. Ook daar kon je doorheen kijken en dan zag je de tuin wat ze toen uiteraard ook nog niet wist. En ook hier konden haar vingertjes een weg zoeken door de gaatjes.

Al onderzoekend kwam ze bij de vensterbank en zag voor het eerst planten. Blaadjes in allerlei kleuren, sommigen zacht, sommigen harder, maar altijd kon je er wat af peuteren.

Wondertjes in kleine handen.

 

Soms waren er ook diertjes, heel klein ook al leken ze toen groot. Zilverachtig, soms blauw en groen, glanzend en magisch en bewegend. Heel gek, maar ook heel mooi. Dan knipperde ze met haar ogen.

Dan de bank. Dat ding waar de mensen op zitten en nee ze wist ook niet wat zitten was, laat staan bank. Streepjes die dik omhoog kwamen en heel zacht waren, heerlijk om overheen te strijken. De andere streepjes voelden ruw en vond ze niet zo fijn om met haar vingers overheen te gaan.

Dan dat grijze ding in de kamer, de kachel zoals ze later leerde. Met van die kleine ruitjes, allemaal anders en ze konden bewegen als je er tegen aan drukte. Soms kwam ze er helemaal niet aan, dan dansten er kleine vlammetjes achter de ruitjes waar ze ademloos naar kon kijken, ze wist niet waarom, maar iets zei haar dat ze dan het ding niet moest aanraken en dat deed ze dan ook niet.

 

Later mocht ze in de tuin rondkruipen. Eerst alleen op een dekentje en als ze er vanaf kroop dan werd ze weer terug getrokken. Maar die grassprietjes aan het randje die kriebelden zo lekker. Dan liet ze zich omrollen zodat ze met haar hoofd vlakbij de grassprietjes kwam. Toen begon ze te ruiken, ze rook de aarde, het gras zelf. Ze vond het zo lekker. En ze bleef maar kijken en al gauw zag ze kleine wriemelende beestjes die van boven naar beneden over de grassprietjes wandelden. Daarna zag ze nog meer andere wriemelende beestjes zich tussen het gras bewegen.

 

Verder plaste en poepte ze gewoon wanneer dat zo uitkwam, er werd niet over nagedacht, het is (later leerde ze pas wat ophouden is en dat alles op een wc dient te gebeuren, want het is allemaal vies wat er uit je komt en moet gewoon weg zeiden ze).

 

Ze leefde vanuit het volledige vertrouwen dat het universum voor haar zorgde en als dat dreigde anders te gaan zette ze zich aan een uitingsvorm dat huilen heet (tot haar op wat oudere leeftijd duidelijk werd gemaakt dat dat ook niet zomaar kon en nog later helemaal niet meer kon en mocht).

 

Tot zover mij babyervaringen, er zijn meer ervaringen, maar voor hier en nu is dat ok.

 

 

Iets anders:

 

In het boek Anastasia, de zoemende ceders (van Vladimir Megre) verteld Anastasia over hoe zij voedsel tot zich nemen beleeft. Zij eet onderweg in de bossen als ze wat tegenkomt en trek heeft, ze denkt er niet over na. Zij eet gewoon, omdat haar lichaam dat aangeeft. Ze vertelt over het vreemde gedrag van ons dat wij op gezette tijden onze maaltijd nuttigen, gewoon omdat we dat bedacht hebben, niet rekening houdend met ons lijf. En ze verteld over het vreselijke nadenken wat wij erover doen.. is het wel gezond, wat zullen we eten, de hoeveelheid bepalen we voor onze kinderen (bord leeg) etc.. In het bos waar zij leeft is altijd wel wat voorhanden en dat hangt ook af van het seizoen, ze neemt wat er is, haar innerlijk weten geeft aan wat goed is. Zij vertelt over de verbinding met zichzelf en daardoor de verbinding met de natuur.. die ook de natuur van de mens is.

 

In het boek De kinderen van het Paradijs van Marianne Fredriksson heeft het kind een dier gezien tussen de stenen en in de ontmoeting met het dier hebben ze elkaar lang aangekeken en contact gemaakt.. het kind had wel eens horen vertellen en dacht dat dit God was.. te voelen aan het contact dat haar hart verwarmde. Haar broertje die ouder was sleurde haar weg bij de plek, want het was daar verboden, de tijd was op, ze moesten opschieten…. Bovendien had hij ‘God’ niet eens gezien.

Haar moeder was de volgende keer bij haar en het meisje hoopt God weer te zien. Haar moeder zou het vast ook zien.. en ja.. ‘God’ verscheen.. moeder en kind keken in alle stilte. Kind legde weer de verbinding, het contact via haar hart. De moeder genoot ook, contact maken deed ze niet merkte het kind, na verloop van tijd trok ze haar kind mee, omdat ze het geen fijne plek vond en omdat het tijd was om te gaan.. en zij benoemde het diertje aan haar dochter met het woord wezel.

Het kind werd uit haar wereld gesleurd door dit woord.. het woord der benoeming.. Hoe verdrietig was zij, hartverscheurend.

 

Was enkel de belevenis, de ervaring genoeg geweest?

Met woorden brengen volwassenen vaak angst over aan het kind.. pas op voor dit, pas op voor dat.. kan het dan nog ervaren in alle puurheid?

 

Zijn er woorden nodig om te ervaren en te beleven?

Zolang wij pijn en verdriet voelen misschien wel.. zal dat ook bij vreugde zo nodig zijn?

Als we totaal in het nu zouden kunnen leven, de verbinding met onszelf hebben, de verbinding met de natuur, de verbinding met het universum.. hartsverbinding op alle vlakken.. hebben we dan nog woorden nodig?

 

Dit moest even uit mij komen.. ik ben de laatste tijd zo geraakt door van alles dat op mn pad komt, het gaat zo diep en komt ook allemaal zo dichtbij, zo dichtbij in de zin dat dit allemaal zo goed voelt ergens, hoewel ik geen idee heb waar dit toe leidt en ik me er ook verward door voel.

 

 

 

Liefs, Petra 5-5-2009

 

 

radiant-soul.jpg