De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie

 

Wat Kosmische Energie Is

 

In mijn gezelschap zijn zij die op de hoogte zijn van veel dingen die de Vader ziet voor het mensdom. Ze zien met een bevattingsvermogen dat tot in de Geest doordringt; zo valt de hele wereld binnen hun gezichtsveld. Ze zien dat wat de mensheid voelt. Zo kunnen ze de mensheid helpen haar verlangens te vervullen. Ook horen ze duizenden geluiden die normaal onhoorbaar zijn, zoals de zang van een kolibrie, het geluid van een juist uitgekomen roodborstje, de klanken van de veldkrekel, dit stsjirpt met een frequentie van vijftienduizend trillingen per seconde, en vele andere klanken die ver buiten het bereik van het menselijke oor liggen.

 

Ze kunnen daar ook onhoorbare geluiden voelen, sturen en uitzenden die in staat zijn bepaalde emotionele gevoelens op te roepen, zoals liefde, vrede, harmonie en perfectie, de de hele wereld ten goede komen.

Ook de trillingen van gevoelens van overvloed en grote vreugde kunnen door hen worden versterkt en verspreid, zodat die de hele mensheid in zodanige mate omhullen en doordringen dat elke eenheid van het menselijk geslacht die dat wenst ze kan opvangen. Wanneer men het bestaan van deze toestand beseft, werken alle menselijke eenheden samen door deze trillingen te versterken en te verspreiden; dan kristalliseert wat de mensheid nodig heeft uit nabij of te midden van haar eenheden, of mensen. Aan hun wensen is voldaan. Wanneer de noodzakelijke trillingen in werking zijn gesteld, kunnen de eenheden van de mensheid niet ontkomen aan hun feitelijke aanwezigheid. Zo kristalliseren de volmaakte verlangens van de hele mensheid in concrete vorm uit.

 

De uitgestrekte zee van Gods scheppende. Onbegrensde, bewegende ruimte is kristalhelder; toch is hij vol trillende, uitstralende energie; en die uitstralende energie wordt gezien als waterachtige substantie waarin alle materie of elementen in oplosbare vorm aanwezig zijn, of in harmonische samenhang rondzwerven, klaar om te reageren op de roep van de trillingsfrequentie die ze zal toestaan tot vorm samen te smelten. Wanneer de juiste trillingsinvloed tot stand is gebracht door de gedachten van de menselijke eenheid, samenwerkend met het geheel, stromen de elementen, die niet anders kunnen, toe en vullen de vorm die door het verlangen is gecreëerd. Dit is absolute wet en niemand kan zijn waarachtige loop tegenhouden.

 

Luister. Een orgel produceert zeer lage bastonen. Laten we deze tonen nu eerst zo verlagen dat we ze niet langer kunnen horen. Het gevoel of de ervaren emotie van het geluid blijft toch hangen, nietwaar? De trilling gaat toch door, hoewel ze onhoorbaar is. Laten we deze tonen nu steeds hoger op de toonladder laten klinken, tot ze zo hoog zijn dat ze opnieuw hoorbaar zijn. Het gevoel of de emotie blijft toch hangen; de hogere trillingen gaat toch door. We weten dat geen van beide invloeden ooit ophoudt, al zijn ze buiten bereik van onze fysieke oren.

 

Dat is wat wij als de Geest aanduiden. Wanneer het fysieke de zeggenschap verliest, neemt de Geest de macht over; en die macht reikt veel verder, omdat hij een veel grotere verscheidenheid van trillingen dan de puur stoffelijke omvat en veel vatbaarder is voor beheersing door gedachte-invloeden of -trillingen, aangezien het denken veel nauwer verbonden en hechter gecoördineerd is met de Geest.

 

Het fysieke is beperkt tot het lichaam en reikt niet verder dan het lichaam. Het fysieke is ook volledig beperkt tot handelingen van het lichaam, terwijl de reacties buiten zijn bereik liggen. Wat lichaamsreacties betreft zijn we Geest, als we dat begrip gebruiken; zo begrijpt u dat het stoffelijke lichaam beperkt is.

De Geest doordringt niet alleen elk atoom van het zogeheten stoffelijke, hij doordringt ook ook volledig elk nietigste onderdeeltje van alle materie, of die nu vast of gasvormig is. In werkelijkheid is het de kracht waarvan de vorm is gemaakt waar materie zijn verschillende patronen aan ontleent. Materie kan op geen enkele andere wijze haar verschillende vormen aannemen. De mens is de enige vormgever en coördinator van deze verschillende patronen die materie aanneemt. Sta me toe af te dwalen voor een korte uitleg. U ziet de grote centrale zon van ons universum vlammen in al zijn schitterende pracht, en terwijl de horizon geleidelijk terugwijkt en een nieuwe dag aan het licht brengt, wordt een nieuw tijdperk, een nieuwe Pasen geboren.

 

Dit zogenoemde universum van ons dat rond die centrale zon wentelt is slechts één van eenennegentig van zulke universums die rond een centrale zon wentelen. Die zon is eenennegentigduizendmaal zo groot als de totale of gezamenlijke massa van alle eenennegentig universums, die er in volmaakte orde en volgorde omheen wentelen, in vergelijking even klein is als de minuscule deeltjes rond de centrale zon, of kern zoals u het noemt, van een atoom draaien. Het kost dit universum ruim 26.800 jaar om zijn baan rond deze enorme centrale zon één keer te beschrijven. Het beweegt zich in exacte overeenstemming met één complete precessie van de Poolster of Noordster. Twijfelt u eraan dat een grote positieve goddelijke macht dit alles beheerst? Laten we terugkeren naar onze waarnemingen. Kijk goed. Er verschijnt een beeld en u ziet de witte bolvormige schijf van de zon. Op de witte schijf verschijnt een rode vlek. Kijk scherper en u zult zien dat een miniscuul punt zuiver wit licht uit die rode vlek straalt. Dit is geen lichtstraal. Het is een constant aanwezig punt zuiver licht – de levensvonk – dat wordt uitgestraald en wordt opgenomen in dat wat geboren moet worden. Het is voor u slechts een minuscuul lichtpunt, maar het is reusachtig voor hen die het van nabij kunnen waarnemen. Hoe vreemd lijkt dit voor u. Binnen zeer korte tijd zult u door een instrument kijken dat uw oog helpt om al deze dingen te zien. Dit instrument zal de mensheid bovendien nog veel meer wonderen onthullen.

 

Gedurende miljoenen eeuwen heeft de grote centrale zon de kloppende, pulserende, maar harmonische emanaties van energie naar zich toe getrokken die zichzelf moeten uitdrukken of anders uit elkaar barsten. Zie dat een enorme nevelachtige gasmassa aan de zon is ontsnapt. U hebt zojuist in beelden het ontstaan waargenomen van de planeet Neptunus, nu een grote massa microkosmische deeltjes of atomen die met grote kracht en energie uit de ouder-zon zijn gestoten.

Alhoewel nevelachtig en onduidelijk, is het punt van licht dat verscheen voordat de definitieve uitstoting plaatsvond de centrale zon, die de kracht heeft om zelfs de nietigste deeltjes, evenals die van grotere omvang, die uit de ouder-zon zijn ontstaan naar zich toe te trekken en bijeen te houden.

 

Uw eerste gedachte is dat er een uitbarsting heeft plaatsgevonden en dat deeltjes van de zon de ruimte in zijn geslingerd. Wacht een ogenblik en zie wat er werkelijk is gebeurd. Waarom blijven de deeltjes en gassen dicht bijeen en vormen ze een uitgesproken cirkelvormig patroon? Het komt door de intelligente Wet die er achter zit en ze in perfecte orde en harmonie stuurt. Dit bewijst dat dit geen toeval is, maar in volmaakte orde en samenhang gebeurt, beheerst door Wet, door Wet die nooit faalt.

 

Dit punt van licht, deze centrale kern, is de centrale vonk of zoon, de Christus van het Mensdom waaromheen het hele mensdom draait. Dit wordt Geestkracht genoemd. Deze Wet is van kracht in alle eenheden van de mensheid. De centrale vonk is een punt van zuiver licht, de Christus die in de eerste cel doordrong. Vervolgens breidt deze cel zich uit, deelt zich en geeft dat licht door aan een volgende cel, die uit zijn deling is ontstaan, maar die bijeen wordt gehouden door een gelijktijdig bestaande, bindende kracht die LIEFDE wordt genoemd.

Deze deeltjes worden gevoed en bijeengehouden zoals een moeder haar kind vasthoudt en voedt. Het deeltje is in werkelijkheid een kind van de zon, dat de kern van de centrale zon in zich heeft. Die kern is het evenbeeld en de gelijkenis van de ouder die het juist heeft geproduceerd. Zodra hij uit de ouder is voortgekomen, heeft deze centrale zon dezelfde kracht om de trillende uitstralende energie die hem omgeeft en die voor zijn leven en groei noodzakelijk is naar zich toe te trekken, te versterken en vast te houden. Uiteindelijk versterkt hij de meest uitgestrekte sfeer van ons universum.

 

Toen Neptunus net was ontstaan en de centrale zon energie – grotendeels van zijn ouder, de zon – naar zicht toe begon te trekken, begon het atoom zijn vorm aan te nemen; dat wil zeggen, het begon zich te vormen tot het patroon dat voorafgaand aan zijn ontstaan voor dit atoom was geprojecteerd. Hij bezette wat bekendstaat als de wiegbaan, de baan binnen de baan die Mercurius tegenwoordig beschrijft. In deze baan kan het kind zijn materie gemakkelijker van de ouder krijgen, omdat het zich veel dichter bij de ouder bevindt. Terwijl het materie aan zijn ouder onttrok, begon het vaste vorm aan te nemen. In plaats louter gasachtige dampen in de nevelachtige staat te blijven, begonnen de chemische elementen zicht te vormen en vast te worden. De vaste stoffen die uit chemische processen ontstonden begonnen stabieler te worden en door intense hitte en druk begon zich een gesteentestructuur te ontwikkelen. Naarmate deze halfvloeibare substantie verder stabiliseerde, begon ze aan de oppervlakte af te koelen en vormde zich een korst. Deze korst werd zwaarder en compacter, zowel door het afkoelingsproces als door opneming van deeltjes in, en toevoeging van deeltjes aan, de buitenkant van de korst. Toen deze korst sterk genoeg was om de draaiende massa bijeen te houden, werd deze massa de primaire gesteentestructuur van de planeet, met in zijn centrum een halfvloeibare gesmolten massa. Daarna begon uit de gassen en damp die het gevolg waren water te verschijnen als product van de verbinding van deze gassen. Toen werd de nevel de naam planeet waardig. Hij evolueerde nu snel naar een toestand waarin hij leven kon onderhouden, toch moest hij eonen doorgaan, zijn structuur van buitenaf deeltje voor deeltje uitbreidend. De voortdurende afkoeling van de centrale massa bracht perfectie steeds dichterbij, nog voordat zijn atmosferische, chemische omstandigheden en oppervlak klaar waren om de organismen van het leven voort te brengen en die organismen in stand te houden.

 

Op dat kritieke ogenblik begon de ouder-zon het leven te schenken aan een ander atoom. Toen deze expulsie voltooid was, was Uranus geboren. De extra kracht die bij de expulsie vrijkwam stiet Neptunus uit zijn wiegbaan of kleinere baan in een grotere. Hij was gedwongen de baan te nemen die nu door Mercurius wordt bezet, teneinde in de wiegbaan plaats te maken voor het pasgeboren kind, Uranus, zodat deze zijn voeding van de ouder zou kunnen krijgen tot zijn nevelachtige structuur een planeet werd.

 

Opnieuw komt de situatie tot rust en alles gaat lange tijd goed. Neptunus, het eerste kind, groeit op en nadert de toestand waarin hij leven kan onderhouden. Er ontstaan zelfs amoeboïde vormen in zijn troebele, brakke water of binnen zeeën. Vervolgens is een ander atoom klaar om te verschijnen en wordt Saturnus geboren. De extra kracht die ten tijde van deze expulsie vrijkomt stoot Uranus uit de wiegbaan, en stoot tevens Neptunus uit de baan die nu wordt bezet door de planeet Venus.

 

Neptunus was nu voldoende afgekoeld en zijn oppervlak ontwikkelde zicht tot het stadium waarin hij in staat was leven te onderhouden. Op deze planeet, terwijl hij zijn baan bezette, bereikten de voorwaarden voor de instandhouding en voeding van menselijk leven die de aarde tegenwoordig kent het stadium waarin het menselijk element zich kon hechten aan de selecte amoeben die noodzakelijk zijn voor de instandhouding en manifestatie van de menselijke vorm.

Zo ontstond het eerste menselijke geslacht, niet de dierlijke amoebe, maar de menselijke amoebe, de amoebe van het selectieve type, met intelligentie die het proces van evolutie kon bekorten en dat ook deed. Op deze planeet waren de omstandigheden perfect voor selectieve menselijke ontwikkeling en deze ontwikkeling vond in snel tempo plaats.

Er waren geen lagere dierlijke organismen; er ontstond dan ook geen dierlijk leven. De planeet werd bewoond door superieure menselijke wezens die zich snel ontwikkelden tot een volmaakt mensenras, dat volledig in staat was direct uit kosmische of waterachtige substantie in zijn behoeften te voorzien en zich in stand te houden. Ze zouden op deze aarde dan ook als goden zijn aangeduid. Veel van de legenden en mythen van tegenwoordig vinden hun oorsprong in, en zijn opgebouwd rond, deze grootse mensen. Ze stemden exact overeen met het beginsel waaruit ze waren ontstaan. Dit geslacht begon zich, door zijn vermogen om schoonheid en perfectie tot uitdrukking te brengen, met perfecte en mooie omstandigheden te omringen; in feite maakten ze van de planeet een paradijs van schoonheid en volmaaktheid.

 

Het was de bedoeling dat dit mensengeslacht deze volmaakte toestand, die men door totale macht over alle elementen had verwezenlijkt, eeuwig in stand zou houden. Wanneer deze mensen een wens kenbaar maakten, werd die dan ook ogenblikkelijk ingewiggeld.

Met het verstrijken van de tijd begonnen sommigen blijk te geven van passiviteit en van zelfzucht in pogingen hun medemens te overtreffen. Deze toestand leidde tot verdeeldheid, en verdeeldheid resulteerde in egoïsme en hebzucht, die tweedracht veroorzaakten. De tijd die besteed had moeten worden aan creëren om te kunnen helpen en bevorderen, werd verspild aan twist en strijd. In plaats van dicht bij hun oorsprong te blijven, werden ze het oneens en groeiden ze ver uit elkaar, totdat iedereen op een enkeling na dat wat verheven en edel was uit het oog verloor. Zo goed als iedereen liet zijn veilige en beschermde leven los. Hierdoor ontstond rond de planeet een werveling.

 

In plaats van zich aan de volmaakte patronen van het goddelijke te houden, waardoor ze een compleet universum van goddelijke eigenschappen op goddelijke planeten hadden kunnen verwezenlijken, verslapten ze zozeer dat de volgende uitbarsting , toen die plaatsvond, dermate enorm was dat nadat de nevel was gestabiliseerd de resulterende planeet groter was in massa dan alle planeten die eerder waren ontstaan. Zo verscheen de grote planeet Jupiter. Het teveel aan energie die vrijkwam was zo reusachtig dat die Saturnus uit de wiegbaan dreef, en in de baan die nu door Mercurius wordt bezet. De uitbarsting was zo kolossaal en het zonnestelsel zo verzadigd dat enorme hoeveelheden asteroïden zich vormden, rangschikten en rondom Saturnus schaarden. Omdat ze een andere polariteit hadden, konden ze niet samensmelten met Saturnus; ze bleven dan ook zelfstandig en hun enige keus was zich als asteroïdengordels rond de planeet Saturnus te formeren. Als zodanig worden ze gewoonlijk de ringen van Saturnus genoemd. Sommige van deze asteroïden zijn zo groot als planeten.

 

De kracht dreef Neptunus, die grote, mooie planeet, uit zijn baan en in de baan die nu wordt bezet door de aarde. Al zijn pracht en luister, en al zijn grootse bewoners op enkelen na, werden weggevaagd. Zij die gespaard bleven hadden hun goddelijke erfenis nooit losgelaten, en hadden hum lichaam zo samengesteld dat ze zich in veiligheid konden brengen in de emanaties van de Geestsfeer, die overal is en de eenennegentig universums die nu bestaan volledig doordringt.

 

In deze toestand hebben ze hun identiteit en kennis kunnen bewaren en bekend kunnen maken, zodat die nooit verloren zullen gaan. Door en op grond van deze idealen leven wij nu. We maken aanspraak op verwantschap met deze groten. Zij vormen het wortelras van de mensheid. Door hen zijn de idealen van de mensheid behouden, en is de Goddelijkheid van de mens in stand gebleven. Daarna volgden vele miljoenen eonen die de nevel van Jupiter nodig had om vorm aan te nemen als planeet. Zijn omvang is zo enorm dat hij zelfs nu nog maar weinig is afgekoeld.

De tijd verstrijkt met snelle vleugels en de zon is klaar om het leven te schenken aan de vijfde nevel; Mars, de bloedrode planeet, komt tot leven. Wanneer deze expulsie is voltooid, zien we dat zich in de machtige Jupiter een verschijnsel voordoet. Plotseling heeft zich op haar zijkant een reusachtige rode vlek ontwikkeld en stoot ze een geweldig deel van zichzelf uit; ze heeft het leven geschonken aan een satelliet, die een maan wordt genoemd. Er is zo'n surplus aan kracht opgebouwd wanneer beide expulsies plaatsvinden, dat de reus Jupiter uit de wiegbaan wordt gedreven en er ruimte komt voor de planeet Mars.

 

Wanneer de reus Jupiter zijn nieuwe baan inneemt, is de rondwervelende nevelachtige vorm volstrekt niet in staat de grote massa deeltjes naar zicht toe te trekken die ten tijden van zijn geboorte werd uitgestoten. Deze deeltjes werden zo ver weggeslingerd dat ze binnen de invloedssfeer kwamen van Neptunus, Uranus, Saturnus en Mars; aangezien ze een andere polariteit hadden, konden ze echter niet door die planeten worden opgenomen. Ze werden aparte asteroïden zonder planetaire polariteit; ze kunnen hun positie als planeet dan ook niet innemen en in goede orde en harmonie ronde de centrale zon draaien. Bijgevolg vliegen ze als kolossale zwermen meteoren de ruimte in, zonder eigen ritme of beweging, voortijlend met vreselijke snelheid, om tegen andere planeten te botsen en op hun oppervlak in te slaan, of door de klap van de botsing aan stukken te worden gereten.

 

Ook worden in hun dolle vlucht door de ruimte miniscule deeltjes meegevoerd, tot ze geleidelijk weer tot de waterachtige massa vervallen en ze opnieuw kunnen worden opgenomen en geassimileerd door de grote centrale zon, om andermaal als nevels te worden uitgedreven bij het ontstaan van andere planeten of atomen.

 

Nu komt de uitbarsting die het leven schenkt aan de nevel die ten slotte onze aarde vormt. Mars wordt uit de wiegbaan gedreven en onze aarde neemt zijn plaats in. Zo worden de planeten allemaal naar een andere baan gedreven, om plaats te maken voor het nieuwe kind Vervolgens wordt Venus geboren. Op deze manier worden de aarde en alle andere planeten of atomen in steeds grotere banen gestoten om ruimte in de wieg te maken voor de pasgeboren planeet of het pasgeboren atoom. Daarna wordt Mercurius geboren en drijft de andere planeten of atomen opnieuw in een ruimere baan, waarmee de bezetting van planeten die met de huidige astronomie zichtbaar zijn, acht in totaal, compleet is.

 

Eigenlijk zijn het er negen, omdat de wiegbaan niet door Mercurius is ingenomen. Hij wordt bezet door de laatste nevel, of het laatste kind, maar die nevel heeft geen vaste vorm aangenomen en is dus niet te zien. Niettemin is hij er, en zijn invloed is voelbaar. Zo bevat het universum waartoe onze aarde behoort negen planeten of atomen met hun negen banen, die ze met wiskundige precisie volgen rondom de centrale zon of kern. U hebt nu beelden gezien van deze schepping zoals ze in een ordelijk proces ontstond.

 

Er gebeurt iets met Neptunus, de planeet die het verst van de zon verwijderd is en de grootste baan beschrijft. Hij heeft zijn volle ontwikkeling bereikt en ook de limiet van zijn snelheid. Hij heeft nu zijn maximale lichtsterkte en is klaar om zich als zon te manifesteren. Hij zal echter verzwakken wanneer de nieuwe nevel vorm begint aan te nemen en de zon klaar is om het leven te schenken aan de tiende nevel. Voordat deze expulsie plaatsvindt, heeft Neptunus in zijn draaiing rond de centrale zon zijn topsnelheid bereikt; hij vliegt de ruimte in en ontploft, om vervolgens terug te keren in het waterachtige. Vandaar kan hij weer worden opgenomen door de centrale zon, om die zon meer energie te geven zodat meer planeten of atomen kunnen ontstaan.

 

In het universum waar onze aarde deel van uitmaakt kunnen maar negen planeten of deeltjes tegelijk rond de centrale zon draaien. Zo is er een constante kringloop van geboorte, stabilisatie, dan expansie, de hoogste snelheid bereiken, de ruimte in vliegen, ontploffen, uiteenvallen, vervolgens weer worden opgenomen door de zon om een nieuwe geboorte mogelijk te maken.

 

Zo haalt de zon uit het waterachtige terug wat hij verspreidt en wat vervolgens weer waterachtig wordt. Het is een voortdurende vernieuwing via regeneratie in een nieuwe geboorte. Zonder dit proces zou de grote centrale zon van de eenennegentig universums, evenals de centrale zonnen van de verschillende universums, lang geleden zijn verteerd en zouden alle zijn terug gekeerd in het Oneindige waar alle substanties bestaan.

 

Een wijze Intelligentie die alle uitstralingen en ruimte doordringt laat de universums vorm aannemen en aan hun mars voorwaarts beginnen. De zon of centrale kern wordt nooit oud of sterft evenmin. Hij aanvaardt, neemt in zich op, houdt vast en stabiliseert, schenkt vervolgens het leven aan het atoom; toch verzwakt hij nooit, omdat hij eeuwig in zichzelf ontvangt en opneemt wat hij verspreidt. Zo zijn regeneratie en nieuwe geboorte constant gaande. Universums ontstaan, breiden zich uit en geven terug wat ze hebben ontvangen. Er is één proces van vooruitgang van een lagere naar een hogere verwerkelijking, gevolgd door een nog hogere.

 

Het sterrenstelsel van eenennegentig universums waarvan onze aarde en zijn melkwegstelsel van planeten of atomen één onderdeel zijn, is slechts één sterrenstelsel in een nog uitgestrekter universum van eenennegentig sterrenstelsels die ronde een nog grotere centrale kern of zon draaien, die een massa heeft die eenennegentigduizend keer zo groot is als die van het eerstgenoemde sterrenstelsel. Deze toestand zet zich voort en herhaalt zich per eenennegentigtal, vrijwel eindeloos; waarbij het geheel de grootse en oneindige kosmos vormt, de sterrenstelsels die de melkweg, zoals u het noemt, omvatten. Deze kosmos wordt vaak 'de Atomaire Hittestraal', de bron van de hitte van de zon, genoemd.

 

Dit is geen sterrenwolk waartoe uw zon behoort. Het is een nevel, ontstaan of uitgestoten uit de juist genoemde grote kosmische centrale zon of kern. De zon, zoals u hem in de deze nevel waarneemt, is maar een deel van de lichtstralen van de zon; die stralen breken wanneer ze massa binnentreden, worden dan gereflecteerd en tot deze gebroken en vervormde stralen het beeld van de zon vormen en die in een schijnpositie plaatsen. Deze stralen worden zo scherp gereflecteerd dat u denkt echt naar de zon te kijken. Op soortgelijke wijze worden vele andere planeten of atomen door dit verschijnsel vervormd. Wat veel lijkt is verhoudingsgewijs weinig; toch beloopt het totaal van hun feitelijke aantal in de vele miljoenen. Door goed naar het beeld te kijken, zult u zien dat deze nevels of hun zonnen geen schijven zijn, maar sferisch en rond, en aan de polen afgeplat, net als onze aarde. Ernaar kijkend neemt u alleen het grote afgeplatte poolgebied waar.

 

De overweldigende massa van de grote kosmische zon oefent zo'n enorme invloed uit op lichtstralen dat ze door heel de kosmos heen worden gereflecteerd.

Ze worden ook duidelijk beïnvloed en gereflecteerd doordat ze in aanraking komen met de Atomaire of Kosmische stralen, en hun deeltjes worden zozeer van hun plaats gestoten dat van één verzameling planeten en sterren duizenden beelden worden gereflecteerd. Zo lijken duizenden planeten en sterren op een verkeerde plaats te staan en worden nog eens vele duizenden van die beelden opnieuw gereflecteerd. Wanneer we door het universum kijken, tonen de beelden beide kanten, en zien we het licht dat honderden miljoenen jaren tevoren vrijkwam en dat de hele Kosmos rond is geweest. Zo krijgen we twee beelden in plaats van één.

 

Het ene beeld betreft de planeet zoals die honderdduizenden jaren geleden was, terwijl het andere de planeet betreft zoals hij honderden miljoenen karen geleden was. Dit gaat op voor heel de enorme kosmische orde. In veel gevallen kijken we eigenlijk naar het grote verleden en kunnen we langs dezelfde weg ook in de toekomst kijken.

 

Er bestaat een onzichtbare samenhang, zoals de – in miljarden cycli versterkte – gedachte- of hartimpuls waardoor spirituele orders zich verspreiden, die alle universums beheerst. Deze geweldige kloppende impulsen of hartslagen verspreiden zich via de intelligentie die het wateachtige dat de kosmos, zijn spirituele equivalent, omgeeft, geheel doordringt. Het zijn deze gigantische hartslagen die de levensstromen in elk atoom van de totale kosmos laten doordringen, en ze in perfecte orde en perfect ritme in beweging houden. In deze oneindige onmetelijkheid van de kosmos kunnen geen zieke of disharmonische cellen bestaan, omdat één zieke of disharmonische cel de harmonie van alle cellen zou verstoren. Chaos zou dan een tijdlang het resultaat zijn. Dit geldt ook voor het menselijke organisme wanneer dat door disharmonisch denken wordt verstoord.

 

Uit deze centrale leiding ontwikkelde zich het begrip 'Godheid'. De hartslag van de menselijke eenheid stemt overeen, zij het in miniatuur, met deze hartslag.

De mens komt voort uit, en is een equivalent van, de intelligentie die macht heeft over heel de waterachtige bron. Hij bestaat gelijktijdig met de bron en ontleent alles rechtstreeks aan dat geweldige waterachtige reservoir zoals ook de grote centrale zon uit die bron put, maar in hogere mate vanwege zijn verbondenheid met de hogere intelligentie die de bron leidt.

 

De mens, de eenheid van het mensdom, is een goed geordend goddelijk universum, alhoewel oneindig klein vergeleken met het grote geheel van de universums. Toch is de mens, als eenheid van het mensdom, wanneer hij zijn goddelijkheid accepteert en er echt de verantwoordelijkheid voor op zich neemt, zeer noodzakelijk, omdat hij tot de grote intelligentie behoort die voorafgaat aan en controle heeft over het hele goddelijke plan van alle universums. Mochten alle universums worden vernietigd, dan zou de mens, in volmaakte samenwerking met de oorspronkelijke intelligentie die alle emanaties in het waterachtige en tot in de laagste stoffelijke vormen geheel doordringt en verzadigt, alle universums dus opnieuw kunnen opbouwen, te beginnen bij de lichtemanaties.

 

Mocht zo'n catastrofe plaatsvinden, dan heeft de mens niet alleen de macht, maar is hij ook de macht, om zichzelf weer op te lossen in oorspronkelijke intelligentie, waar vernietiging niet bestaat. Zodra er weer rust heerst en de harmonie is terug gekeerd, doet het er voor de mens niet toe, wanneer hij opnieuw in oorspronkelijke intelligentie verkeert, hoeveel miljarden eeuwen het duurt om oorspronkelijke perfectie te bewerkstelligen, waarmee het hele proces opnieuw kan beginnen. Hier blijft de mens één met oneindigheid en kan hij het zich veroorloven te wachten tot de tijd rijp is om de universums te creëren. Dan is hij, met het in stand gebleven bewustzijn van vroegere ervaringen, beter toegerust om te helpen bij het bewerkstelligen van een perfectere en duurzamere toestand. Hierin kan de mens nooit falen, omdat hij zekerder van zijn zaak is dan welke vorm ook; en mislukking noch in zijn horizon, noch in zijn bewustzijn geschreven staat.

 

Het oneindige kleine wordt het oneindige van alle vormen. Wanneer een grote wijze zegt, 'Ik ben onsterfelijk, nooit eindigend, eeuwig; er is niets in Leven of licht dat ik niet ben', blikt hij in dit vergezicht, en ziet het. Dit is waarachtige goddelijkheid. Hij is werkelijk opgestaan.