De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie
Home » Overzicht Blogs » De Instelling


De Instelling

 

De laatste tijd krijg ik de kans dingen eens nader te bekijken in een instelling, dankzij mijn Downvriendje van 14 jaar.

Ik was bij zijn moeder thuis toen hij er was, later kwam ik in zijn andere huis, de instelling. Ook ging ik mee naar het ziekenhuis en was ik bij het maken van de röntgenfoto’s en het gesprek met ‘vak’mensen daarna over hem.

Ik zie mooie dingen, ik zie mensen die zich willen inzetten voor iemand als hij. Maar ik zie ook dingen waardoor mijn haren recht overeind gaan staan en dat is nogal wat, want mijn haren zijn lang. Er zijn mensen die met hem omgaan alsof hij een ding is. Een heel vervelend ding, want wat heb je er aan? Je kan er niet mee praten, het doet verder ook niks. Tenminste, zo kijken sommige ogen. Dat zie ik dan weer. Ook aan de reacties nogal te merken, zoals mensen fysiek met hem omgaan. Wonderlijk eigenlijk. De armoede van de mens noem ik dat dan maar. De innerlijke armoede, want het is vaak opvallend dat mensen die de innerlijke rijkdom hebben uiterlijk meer ‘armoede’ hebben en zij met de innerlijke armoede zijn uiterlijk nogal rijk. Balansverschil zeg maar. Beide niet ok. Maar goed, dat heeft met nogal veel te maken en ergens is er de verschuiving, nu gaat het even over de instelling.

De instelling, oftewel het huis waar mijn Downvriendje woont en waar hij goed verzorgd kan worden, omdat er meer mensen aanwezig zijn die die zorg kunnen geven en de faciliteiten beter zijn of dienen te zijn , die hij nodig heeft. In ieder geval omdat het zo is dat de moeder dit kind niet in haar eentje kan verzorgen. Dat is gewoon op allerlei vlakken te zwaar. Niet te doen. Duidelijk. Ik ging dit zelf mee ervaren en het levert rugpijn op als je dat alleen moet doen. Ook met z’n tweeën en ook met behulp van een tillift. Want er is toevallig meer liefdevolle zorg nodig voor dit kind nodig op een dag en dat is niet gering.

In die instelling waar ik de eerste keer toen ik er kwam al voelde dat er dingen niet klopten. Ik praat dan in termen van energie. Die klopt dan niet. De harmonie is er niet. Ik voelde het aan de ruimte. Er was onrust in alles. Niet fijn als dat je thuis is dus. Ik was blij dat ik weer weg mocht uiteindelijk. Op de kamer van mijn vriendje is het overigens wel aangenaam, daar heeft de moeder voor gezorgd. Op die kamer ook werk ik samen met zijn moeder en hem om te kijken hoe hij in zijn lijf steekt en wat we voor hem kunnen doen, omdat hij dat aangeeft en vraagt aan ons. Nee, niet door praten, maar door o.a. beelden door te geven die wij op kunnen pikken en ook door het aanvoelen van bepaalde zaken, het observeren en nog veel meer.

En natuurlijk is er dan het besef dat als wij met hem werken voor een fijnere beleving in het leven, we dan ook zijn woonomgeving aan zouden moeten pakken, want niets is los van elkaar, het hoort er allemaal bij. Ik vroeg het universum om de rust en de ruimte daarin en om toestemming. Zonder toestemming van hem, de rest van de bewoners en de begeleiding zou ik er niet aan kunnen beginnen. Het punt is alleen dat men vaak niet toestemming kan geven op de manier waarop normalerwijze toestemming gegeven kan worden, omdat dit op een ander bewustzijnslevel gebeurt. En omdat veel mensen gewoonweg geen idee hebben waar het om gaat.

Daarom vroeg ik het universum ook om mij de toestemming te laten zien als het zo mocht zijn. Die kwam. We kregen zomaar de ruimte om op een dag aan het werk te gaan, omdat alle kinderen dan weg zouden zijn en de meeste begeleiding ook. Behalve één persoon, Iemand die tot op een bepaalde hoogte zou kunnen begrijpen wat we ongeveer zouden doen. Prachtig!

De dag kwam en we voelden van te voren wat we mee zouden kunnen nemen en wat we zouden mogen doen. We zouden met kristallen gaan werken, ook in bepaalde vormen en met alles wat nog meer in ons vermogen zou liggen. Dat werd heel duidelijk. Aangekomen in de instelling wisten we vrij snel waar bepaalde kristallen wat mochten doen. Voor ons direct voelbaar. Ook gingen we her en der meubels verschuiven, dingen opruimen, dingen op een andere manier neerzetten, zodat de energie beter door kon stromen. Helaas kwamen we ook het feit tegen dat er te weinig schoon werd schoongemaakt. Voor een goede doorstroom is het nodig om het schoon te houden, om zaken op een bepaalde plek te hebben en t e houden. Vooral met de kinderen die hier wonen. Om de hygiëne, maar ook om de structuur en verder een goede energie, omdat deze kinderen ook nogal gevoelig zijn voor energie. Juist vaak heel gevoelig.

Geef aan alles zorg en het zal bloeien, geef alles liefdevolle aandacht, want alles is één geheel.

Degene die er was vanuit de begeleiding vertelde over mogelijkheden en onmogelijkheden. De regels en wetten die er niet toe bijdragen om het fijn te maken. Ook de beperkingen die zijn opgelegd door het gebouw. Het gebouw dat ontworpen is door een architect die er niet woont, maar wel doet of hij (het is een kantoor, ik noem het een hij, omdat het vanuit het mannelijke denkvermogen is neergezet en niet samen met het vrouwelijke gevoelsvermogen) er alles van weet.

De ruimtes zijn niet goed ingedeeld, niet van het juiste formaat, de zorg voor de begeleiding is er niet of nauwelijks en ook die is belangrijk. Het hele thuisgevoel is niet aanwezig. Zo is bv kleurgebruik beperkt, want de architect heeft bepaald wat mag en dat is het. Wat een kind persoonlijk nodig heeft voor zijn/haar eigen energie en balans daarin wordt totaal aan voorbij gegaan. En niet alleen in het ‘technische’ deel.

Geld heeft dit gebouw gekost, vast ook een heleboel, maar er is geen goed gebruik van gemaakt en dat is weer zo jammer. Het ego van de bouwer schijnt belangrijker dan waar het in de inhoud om gaat, zoals deze verhouding het straatbeeld tekent in wereldlijk opzicht.

Terug naar de instelling op de bewuste dag dat wij aan het werk mochten. We voelden wat er anders mocht en waar we bij mochten ook. Sommige deuren stonden open en wij voelden oprecht of we binnen mochten treden. Soms mocht dat onbekommerd, soms bleef ik op de scheiding deur en kamer staan en dan mocht ik van daar uit wat doen. We werkten samen en ook deed elk van ons een eigen stukje, in vertrouwen.

Zien hoe een kind in elkaar steekt, zelfs als het fysiek niet aanwezig is, wat er nodig is, wat er mag gaan veranderen ten behoeve, eigenlijk zou het ten behoefte moeten zijn, van het kind, ten behoeve van het algehele thuisgevoel, waar deze kinderen gezien worden, gevoeld, gehoord worden, ook al hebben sommigen geen stem in de hoedanigheid zoals de meeste mensen die kennen. Het is niet alleen de verzorging in technische zin, juist niet. Het is juist de bedoeling om deze kinderen te omarmen, ze ten diepste te omarmen, ze warmte te geven, net als ieder mens dat nodig heeft. Ook daar ligt een probleem, want onze maatschappij staat omarmen ook niet meer toe en als het wordt gedaan is het vaak een kunstje geworden of wordt niet getolereerd. Daar worden angsten aangeraakt door veel mensen. Jammer, want het verhard de maatschappij.

In ieder geval hebben wij onze middag besteed aan het welzijn van deze kinderen op een totaal andere manier. Door te werken met datgene wat meestal niet zichtbaar is, maar wel voelbaar voor diegenen die kunnen voelen. Alles is gewoon energie en die energie tot iets moois maken als het mag is beter voor de hele mensheid. Gelukkig hebben wij een stukje bij mogen dragen in deze.

Want in feite hebben wij niet met alle bewoners gewerkt, met alle begeleiders ook, met het hele gebouw, maar ook met al die mensen die betrokken zijn. Denk daarbij aan familie, aan buurtbewoners en eigenlijk ook de architect, de andere behandelaars, alles en iedereen om de instelling heen. Dat heeft nogal impact. Dat zal de toekomst ook wel gaan uitwijzen, ook al is de verandering al ingezet. Al vanaf het eerste moment dat mijn Downvriendje via zijn moeder onze hulp inriep. Het is hart en ziel werk dit en we doen het graag, want als er dingen mogelijk worden die anders onmogelijk waren, dan is dat de moeite waard.

Vervelend is wel dat wij ons maximaal inzetten, vrijwillig dus, het ons echt heel veel energie kost, omdat het zwaar werk is, maar dat het (nog) niet gewaardeerd wordt, niet eens in de vorm van een dank je wel en het ons geld kost ook nog en dat het dus ook niet betaald wordt. Ik hoop dat die dag ook nog eens komt, dat men kan ‘zien’ hoe waardevol is het om te zorgen dat de energie goed is. Tenzij het voor ons ook allemaal gratis wordt, dan vind ik het ook goed.

Natuurlijk ben ik ook nog steeds voor die andere woonvormen. Voor woonvormen waar we zelfvoorzienend zijn in alles en dat ook een Downvriendje daar die plaats heeft, zoals ik vaker hier over schrijf. Tot die tijd werk ik zeker wel mee aan dit soort dingen, omdat de belangrijkheid te groot is en er al teveel levens worden verknoeit, terwijl dat helemaal niet hoeft. Kleine paradijsjes zijn overal te maken. Voor jong en oud en ik hoop dat ik nog aan een heleboel mee mag werken.

 

Tot zover!

 

Liefs, Petra

 

februari 2013