De Reis door Jouw Zelf in Bewust Worden en het Her-Ontdekken en Her-Inneren wie Jij Bent in Essentie
Home » De Tovenaar

 

De Tovenaar

 

De zon scheen heerlijk, ik voelde mijn vermoeidheid en ik viel in slaap, een diepe slaap, tot de Tovenaar in beeld kwam.

 

Ik bevond me op een puntige rots met een dubbele zitkuil op het topje. Het uitzicht was prachtig. Echt een plek om van te genieten als ik de Tovenaar niet naast me had zitten. De dubbele zitkuil was dus bezet door ons twee, de Tovenaar en ik. Ik dacht maar niks meer en liet maar komen wat er wilde komen.

 

'Zo', zei hij met zachte stem en hij keek me aan, 'ben je er weer? Vertel het maar'.

 

En voor ik het wist barstte ik los.

 

'Ik heb er genoeg van! Meer dan genoeg! Ik doe het nu al zoveel jaren en het schiet niet op. Altijd die muren, altijd dat gedoe, ik vind er niks meer aan. En ook altijd dat alleen gedoe en daarbij al die zwaarte. Op een enkeling na die niet bij in de buurt zit. Gek word ik er nog eens van. Ik wil het niet meer, ik wil leuk, ik wil fun, zoals ik die zelf kan hebben en MET andere mensen, die dat ook kunnen op de manier zoals het bedoeld is en niet met al die moeilijkheden. Ik ben moe, telkens weer. Man het is gewoon te zwaar, waarom doe ik dit?'.

 

De Tovenaar keek mij aan. Heel lang en hij zuchtte.

'Jij doet dit omdat jij een sleutel hebt. Daarom'.

 

Ik tierde gelijk verder: 'Wat moet ik met die sleutel als ik nauwelijks iets kan openen? Het zijn onneembare vestingen verdorie! Af en toe een enkeling die wil en voor de rest niet! Het duurt te lang, veel te lang! Iedereen blijft hangen, telkens weer. Ik wil die sleutel terug geven en dan geef je die maar aan een ander, ik doe het niet meer!'.

 

De Tovenaar keek weer naar mij en schudde zijn hoofd. 'Dat kan niet, dat weet je wel, je kunt de sleutel niet terug geven, want je bent uitgekozen voor die sleutel. Daarvoor ben je opgeleid, daarvoor heb ik jou persoonlijk gekozen. Jij bent onderdeel van de tafel van twaalf en dat zul je blijven ook'.

 

Ik hapte naar adem en ik riep kwaad: 'Wat nou, ronde van twaalf?! Wat nou uitgekozen!!! Ik heb niks gekozen, ik verbreek ieder contract dat ik heb, ik doe er niet meer aan mee!!! Bekijk het maar! En ik hou niet van ordes en tafels en weet ik veel, want dat zijn meestal gewoon enge dingen en ik ben een vrij mens! En nog wat, wat nou twaalf en waar zijn die andere elf dan?! Wat doen die dan? Waarom kan ik daar dan niet mee samen werken ofzo en nog eens lol hebben of iets dergelijks! Jij weet niet eens hoe het is daar, waarom ga je zelf niet?! Waarom kies je twaalf uit en doe je zelf die klus niet verder?! Nou, nou, nou???!!!!'. Ik ging helemaal uit mijn dak, zo kwaad, zo verdrietig, zo vermoeid en zo met de moed in mijn schoenen. Ik weet verdorie best wel hoe het moet, maar ik heb er zo genoeg van. Telkens weer wordt het me te veel, telkens weer mis ik mensen om me heen waarmee ik even kan bijkomen. Die hetzelfde zijn, dus ik schreeuwde nog een keer: 'Nou doe me die andere twaalf dan eens! Zeg dan wie het zijn, waarom laten ze zich niet zien!!!'.

 

De Tovenaar keek me al niet meer aan. Hij keek stil voor zich uit. Hij bleef stil. Het gaf mij de gelegenheid om door te razen en ik stak weer van wal.

 

'Jij weet niet hoe het daar is, jij weet niet hoe iedereen gehersenspoeld is, ja dat weet je wel, maar jij hebt er geen last van. Ik zit er midden tussenin verdorie! Dagelijks! En ik kan nog steeds amper mensen bereiken om ze te ontsleutelen!!! En zeg me niet dat jij daar, waar jij zit, ook maar alleen is, want dat weet ik heus wel, maar je krijgt voldoende bezoek volgens mij. In ieder geval van mij. Ik ben altijd jouw luisterend oor ook nog, naast dat luisterende oor voor velen. En ja, ik krijg van jou raad en ik kan hier af en toe even met jou zitten genieten of waar we dan ook zijn, maar dat staat werkelijk in geen verhouding tot wat er daar is waar ik zit!'.

 

Ik stond op en rukte het koord met de sleutel van mijn hals en gooide het de berg af. Ik zwiepte het weg zover ik kon. Tenminste, dat was de bedoeling. Tot mijn stomme verbazing hing het even daarna weer om mijn hals en ik begon er aan te rukken als een wilde, maar ik kreeg het er niet meer af.

 

Ik was des duivels! 'Wat is dit voor ongein?! Ik wil dit niet! Ik wil een vrije keuze! Net als iedereen! Zij kiezen niet voor die vrije keuze blijkbaar, maar ik wil dat wel!'

 

Ondertussen stond ik stampvoetend voor de Tovenaar die nog steeds heel stil in de dubbele zitkuil zat. En als ik ergens niet tegen kan, dan is het wel dat iemand niets terug zegt. Dat maakt me nog bozer eigenlijk, hoewel ik ook wel wist dat het een soort van machteloosheid was, net als mijn eigen boosheid.

 

Toen ik het inzag, ging ik maar weer naast de Tovenaar zitten. Met een diepe zucht. Hij zuchtte ook.

 

'We begrijpen elkaar ook wel', zei hij, 'dat weet ik wel. Ik begrijp jou echt wel en ik weet ook wel dat jij mij begrijpt. En op dit moment kan ik ook niks anders doen dan je aanhoren en dat doe ik. Maar ik kan je zeggen dat ik geen oplossing heb. Die heb jij wel en die heb ik aan jou doorgegeven net als die andere elf. En echt, die zijn er wel, die doen ook hun best en ook zij hebben het af en toe net zo moeilijk als jij. Jullie zullen elkaar heus wel vinden, maar pas als jullie echt doorgaan met je werk van de sleutel. Anders kan het nog niet'.

 

Hij keek me weer aan. Ik zag het verdriet in zijn ogen en dat deed mij ook pijn. En jawel, ik wist ook wel wat hij bedoelde, maar ik zei: 'Maar als die andere elf er zijn en elkaar treffen, dan is het toch al een stuk makkelijker voor ons?! We zijn niet voor niks ook die hel doorgegaan om te ervaren wat het is om te lijden, kunnen we dan in ieder geval gewoon elkaars steun zijn alsjeblieft?! Alsjeblieft?! Als die sleutel toch niet af kan, dan hoef je daar toch niet bang voor te zijn? Wat is dan het probleem? Die snap ik gewoon niet'.

 

'Omdat de andere sleuteldragers eerst zover moeten zijn, net zoals jij, dat jij het niet meer vergeet en het niet meer in je hoofd haalt om te proberen die sleutel af te doen. Tot zover moet je zijn'.

 

Ik sloot mijn ogen en ik uitte weer eens een kreet van aaaaargh en nog veel meer.

 

En ik zei: 'Maar luister nou eens even, als ik nou zeg dat ik het in mijn eentje niet redt, dan is dat toch zo? En telkens van hot naar her zonder dat wat ik nodig ben, dat gaat toch niet? Ik heb me zover vrij gemaakt als ik kan, hoe moet ik dat dan verder doen?!!!!'

 

Geen antwoord.

 

Ik stond weer op en ging een eindje vliegen. Over de bergen, kijkend in de diepte, de wind door mijn haren, de zon op mijn vel. Heerlijk zo vrij te zijn. Ik kon zo hoog en zo laag als ik maar wilde. Ik kon inzoomen en uitzoomen in wat ik wilde zien, de rotspartijen waren prachtig van kleur en als ik inzoomde dan zag ik zoveel glinsteringen van de diverse gesteentes die in de rotsen aanwezig waren, daar zou ik wel hele dagen naar kunnen kijken. Maar ik zag ook van grote hoogte een muisje wegschieten, torretjes lopen, bloemen openen, zaden onder de grond ontkiemen en zoveel meer, zonder in te zoomen. Ik zag het gewoon. En hier, in de bovenste luchtlagen voelde ik geen thermiek, ik zweefde zelf zoals ik wilde. Geen vogel kon daarbij, al zag ik ze ook wel vliegen, zij mij niet overigens, dat hoefde niet.

 

Ik cirkelde wat rond en genoot domweg en zou bijna vergeten waarvoor ik hier was. Flash!!!

Hup, onmiddellijk zat ik naast de Tovenaar. Nu begreep ik het! Ik keek hem aan en begon te lachen. Hij lachte mee. Toch was mijn lach niet geheel van harte. Dat wist hij ook wel. Ik hoefde dat niet uit te leggen. We wisten beiden hoe lastig het was. En ook dat we nog steeds geen oplossing hadden voor dat waar ik mee zat. Ik wist dat ik alleen maar mijn werk kon doen. Zo goed en zo kwaad als dat ging en dat ik maar moest hopen op die muren die toch wel af konden brokkelen, als ze wilden.

 

Ik zat nog een hele tijd stil naast de Tovenaar. Ik zei niks meer. Hij ook niet.

De tijd vertrok en ik lag weer in de zon wakker te worden en ik herinnerde mijn treffen met de Tovenaar onmiddellijk. Ik rekte mij uit en zuchtte maar weer. Ik was op tijd weer wakker, want het werd intussen frisser. Ik trok mijn vestje aan en zette een kop thee en ik overdacht het gesprek.

 

De twaalf. Twaalf mensen de sleutel? Dat is vast een veelvoud dan, want vanaf de eerste sleutel hebben die zich gesplitst zei mijn 'mind' ineens. O ja. Dat is ook zo. We zijn met veel. Maar nog te weinig zichtbaar. Ik moet zeker weer geduld hebben ofzo. En meer slaap volgens mij. Kan ik af en toe eens uit mijn dak gaan in een gesprek met de Tovenaar, anders raak ik dat gevoel weer niet kwijt wat ik had en dan kan ik ook niet verder. Even tegen iemand aanpraten die weet. Die het snapt. Die het ook niet snapt, omdat hij daar niet is, maar het wel heel goed begrijpt in ieder geval. Hopelijk dat de andere 'twaalf' in veelvoud ook meer zichtbaar worden. Wel zo fijn. En dat we weten waarvoor we er zijn, dat niet vergeten en doorgaan, maar ook het eens samenzijn en echt kunnen praten. Of zou de Tovenaar dan te eenzaam worden? Op dat moment hoor ik een lach. Het is de Tovenaar en ik lach ook, maar schud ook meewarig met mijn hoofd.

 

Het valt wel, maar niet mee, ook voor mij niet. Als je ver kunt zien en heel dichtbij en weet hoe het kan zijn, gewoon weet, maar om je heen kunnen mensen dat niet, dan kun je de zon zijn, dan kun je de aarde zijn, dan kun je de hemel zijn, maar zonder de rest is dat niks aan. Dus vooruit maar weer. Even wat rust. Doe maar even niks sommeer ik mezelf en dan weer: 'Nee, schiet op en ga door, anders duurt het nog langer'. En ik zucht en ik glimlach een hele stille lach.

 

 

 

ByNature@Petra 10-4-2015

 

 

Na een paar uur geloof ik dit verhaal gewoon niet meer. Ik voel me erin geluisd.. het was uiteindelijk een rare dag.

The Wizard of OZ?